Het einde is in zicht

Het einde van 2015 komt dichterbij. Een jaar die ik anders ga eindigen dan ik ben begonnen. Ziek thuis. Ik ben op de goede weg, maar realiseer mij ook, dat ik er nog lang niet ben. Het tijd nodig heeft.

Ik schreef er al eerder over, veel mensen worstelen met ´de drukke tijd waarin we leven.´ We moeten zoveel van onszelf. Een constante onrust. Hoe vreemd het misschien ook klinkt, maar dat gaf mij vertrouwen. Dat ik niet ´gek´ ben. Ik niet de enige ben en dat ik mij er uiteindelijk ook bij neer kon leggen, dat het zo niet verder kon. Ik het ´gevecht´ aan durfde te gaan. Want een gevecht blijft het. Met bloed, zweet en tranen, veel tranen.

Ik ben het traject aangegaan zonder medicatie. Geen rationele aanpak, maar een emotionele achtbaan voor mij. Maar laat een ieder het vooral op zijn/haar manier aanpakken die hiermee te dealen heeft. Er is geen goed of fout in deze.

Wat mij op de goede weg heeft geholpen is EMDR , in de aanpak voor mijn angst/onrust. Daarnaast heb ik behandelingen gevolgd in de yogastudio om dichter bij mijn gevoel en emoties te kunnen komen. Klinkt misschien zweverig, maar het is een bijzonder iets. Ik, als nuchtere Achterhoekse, lag te huilen op die tafel, kon daar letterlijk loslaten en accepteren dat ´het is zoals het is´. Je leest hier meer over tactiel stimulatie. Als laatste gebruik ik magnesium in olie vorm. Het maakt mij rustiger en ik slaap beter. Misschien heb jij er wat aan als je dit leest.

Het beste medicijn zijn toch wel mijn man en kind. Mijn man, die door zijn humor en nuchtere kijk op het leven, mij altijd weer kan opvrolijken en zaken kan relativeren. Begrip heeft, ondanks dat hij niet weet hoe ik mij soms voel, maar er gewoon is. Mijn dochter van vier, wie mij wijze lessen geeft. Wij als volwassenen zouden toch meer moeten leven zoals onze kinderen. Leven bij de dag. Genieten van de simpelste, kleine dingen. Het hardop uitspreken als je ziet dat iemand verdrietig is. Knuffelen midden op straat, dansen in de regenplassen. Zeggen wat je denkt, wat je ziet.

Het einde van het jaar is in zicht. Ik zou graag een boodschap willen meegeven voor het nieuwe jaar. Laten we er meer zijn voor elkaar in het nieuwe jaar. Er écht zijn. Dat kan niet altijd fysiek, maar je kan ook een kaartje sturen naar iemand waarvan je weet dat die het moeilijk heeft, op welk vlak dan ook. Of nog makkelijker, een berichtje via de telefoon. ¨Ik denk aan je¨. Vier simpele woorden, maar voor mij zijn ze goud waard op mindere dagen. Er is altijd wel een familielid, vriend, buurvrouw, collega in je naaste omgeving, wie een luisterend oor of een helpende hand kan gebruiken.

Het lijkt allemaal zo cliché deze woorden, zeker in de decembermaand, maar ik geloof dat we het allemaal wel kunnen gebruiken. Daarom proost ik er vast op; op een mooi nieuw jaar, waarin we nog meer gaan genieten van elkaar. Van de mensen die dicht om je heen staan. Sta af en toe eens stil. Voel, ruik, proef, luister. Wees lief voor jezelf, maar ook voor een ander. Glimlach naar een ander of geef een helpende hand. Er gewoon zijn. Geef elkaar vaker een knuffel, raak elkaar aan, heb lief. Proost!

Delen is helen

We zijn inmiddels heel wat weken verder sinds mijn laatste blog. Veel reacties gehad. Uit diverse (onverwachte) hoeken. Herkenning bij mensen. Waardering voor mijn openheid, kwetsbaarheid. De vraag om er vooral over te blijven schrijven. Dat kon ik lang niet. De afgelopen weken waren vaak een gevecht. Een gevecht om los te laten. Te leven met de dag. Te gaan accepteren dat ´het is zoals het is´.

Ik heb gelukkig geen schaamte voor wat mij is overkomen. Ik heb alleen lang gevoelens van machteloosheid, verdriet en boosheid gehad. Emoties die bij een EMDR behandeling ook sterk naar boven kwamen. Met deze emoties heb ik lang geworsteld en hierdoor ontstond er steeds meer angst en onrust in mij.

Dat is zo´n rotgevoel. Denk aan een examen dat je moet doen en dan keer honderd. Zo leg ik het maar uit aan anderen. Ik werd ook bang dat ik weer paniekaanvallen ging krijgen. Angst voor angst.

Toch wilde ik nog zo graag dingen doen. Kon ik mij er maar niet bij neerleggen dat ik niks moest plannen, moest leven bij de dag. Hierdoor kreeg ik buitenshuis steeds vaker een opgejaagd gevoel. Werd ik zelfs 500 meter van huis bang, omdat ik perse op die mooie zonnige dag met man en kind naar het bos wilde.

Gelukkig heb ik een hele fijne psycholoog. Zij prikt door mij heen. Confronteert mij. Ik heb wel eens bij haar gezeten, dat ik mij zo klote voelde en smeekte om pillen om de angst te remmen. Bang was om depressief te worden. ¨Die heb jij niet nodig¨, zei ze.¨Ik zie een vrouw met zoveel wilskracht, die aan het worstelen is met haar emoties¨. ¨Verdriet en machteloosheid is geen depressie¨.¨Je moet gaan loslaten, dan pas wordt de angst en onrust van binnen minder¨.

Dat gesprek was ruim twee weken geleden. Vanaf toen ben ik gaan proberen te leven met de dag. Niks te plannen. Stapje voor stapje merk ik, dat ik rustiger word. Ik buiten de deur, niet te ver van huis, rustiger ben. Gelukkig heb ik puzzelen als afleiding. Ik heb er al vijf van duizend stukjes gemaakt. Dat zijn de enige momenten dat ik helemaal rustig ben. Ik mijn hoofd leeg kan maken. Daarnaast probeer ik elke dag even naar buiten te gaan. Mediteren ben ik aan het ontdekken.

Dat ik de angst voor de ´grote buitenwereld´ nog steeds heb, maakt mij soms nog wel erg verdrietig. Afgelopen dinsdag was het zo´n mooie herftsdag. Ik wilde zo graag op pad met mijn dochter. Naar een speeltuin, het bos, een broodje eten in de stad. Maar ik voelde het al bij het opstaan, dit word een mindere dag. Een hoge adem, misselijk, hondsmoe. Dan moet ik bij huis blijven, niet wegslikken en toch gaan. Ik huilde nog niet, maar toch keek mijn dochter mij aan en zei; ¨mama, ben je verdrietig?¨ Ik vertelde haar dat mama weer last van haar hoofd had, maar eigenlijk zo graag samen naar het bos wilde gaan. ¨In de tuin hebben we toch ook een soort bos, gaan we daar fijn spelen¨?

Mijn kleuter van vier geeft mij het beste advies; het is zoals het is. Het werd alnog een fijne dag bij huis.

Het letterlijk uitspreken dat ik iets eng vind om te gaan doen. Het accepteren dat het momenteel ´is zoals het is´maakt, dat ik ook weer goede dagen heb de afgelopen twee weken. Hoogtepunt was afgelopen zondag, dat ik op het feestje van mijn vader in de Achterhoek was. In een soort indoor speelparadijs en ik had geen angst. Omdat ik het had uitgesproken, het accepteerde dat ik het eng mocht vinden. De dag erna was ik kapot, maar dat was niet erg, ik ging en ik genoot.

Veel mensen hebben vaak hoofdpijn, lichamelijke klachten. Hierbij is ook vaak stress, teveel hooi op je vork nemen, de oorzaak. Maar het is tastbaar, dus we geven als buitenstaander vaak het advies om het even rustiger aan te doen, een tabletje te nemen of even op bed te gaan liggen. Er is sneller begrip. Angst en/of onrust blijft zo vaag voor een buitenstaander. Ik merk dit ook. Aan de buitenkant is het niet altijd te zien. Ik weet dat er vast mensen zijn die bijvoorbeeld denken; ¨Waarom zit ze  nog wel op twitter¨? Besef als ik een slechte dag heb, de deur niet uit durf, ik op zo´n manier toch contact met de buitenwereld heb. Dan kan een hart onder de riem, een grap, de dag soms voor mij wat aangenamer maken.

Dat is ook deels de boodschap van dit blog. Sinds ik open ben over de reden waarom ik thuiszit, merk ik dat veel mensen hiermee worstelen. De drukte van alle dag. Een opgejaagd gevoel. Geleefd worden. Men schaamte heeft om er open over te praten. Bang zijn om hun baan te verliezen. Laten we minder oordelen over elkaar. Leef meer bij de dag. Deel je gevoelens, angsten, zorgen waar je mee zit. Delen is helen. Ik ervaar dat echt. Jij bent echt niet de enigste.

Angst/onrust hoort waarschijnlijk bij mij, maar doordat ik verbaal sterk ben en een dosis humor bezit, kon ik het vaak verbloemen. Ik kom hier vast weer sterker uit, maar zal in de toekomst moeten leren de signalen eerder te herkennen en dan even pas op de plaats te maken. Niet alles tegelijk willen.

´Het is zoals het is´, wordt in ieder geval mijn nieuwe lijfspreuk. Je mag dit blog delen. Delen is helen.

pleegzoon in een eigen aflevering van Spoorloos

Als je als pleegkind in een gezin wordt verwelkomt, is dat fijn. Een pleeggezin of een gezinshuis geeft vaker het gevoel van een thuis dan een leefgroep. Wie wil dat nu niet, een thuis, een ‘gewoon’ leven, met een mama en een papa? Je kan ze papa of mama noemen, of bij de voornaam, wat jij fijn vindt.

De kinderen bij ons in het gezinshuis noemden ons vaak buitenshuis papa en mama en binnenshuis bij de voornaam. Buiten de deur voorkwam dat vaak onnodige vragen en ze hadden zo ook sneller het gevoel ‘normaal’ te zijn, een kind in een gezin. Zoals zovelen.

Echter weten veel kinderen, als ze  ’s avonds op bed liggen, dat die man of vrouw beneden  niet hun vader of moeder is. Het ene kind kan zich daar sneller bij neerleggen dan een ander. Zeker als de vader en- of moeder overleden is, of niet bekend is waar ze zijn. Als er wel een vader of moeder in beeld is, blijft dat in het hoofd van een kind zitten. Dat is niet uit het geheugen te wissen. Waarom ben ik hier en niet bij haar? Denkt ze wel aan mij?

Toen ik met pleegzorg in aanraking kwam, verraste het mij, dat ondanks alle shit en ellende waarin een kind soms is opgegroeid, de band met de moeder blijft. Het gemis. Nieuwsgierigheid naar waar ze is, hoe ze is. Het waarom ze niet meer voor je kan zorgen. Pas op latere leeftijd komt er soms boosheid of onbegrip, maar op jongere leeftijd is er vaak verdriet en die ‘roze wolk’ dat ‘ik snel weer bij mijn mama kan gaan wonen’.

Gelukkig houden veel pleegkinderen, ondanks dat ze uit huis geplaatst zijn, contact met hun moeder. Opvallend voor mij blijft dat vaders vaak niet meer in beeld zijn. Blijft typerend. Er zijn echter ook kinderen die vanaf jongs af aan in een pleeggezin zijn geplaatst en hun moeder nooit gekend hebben. Zo ook onze oudste pleegzoon.

Er gingen periodes voorbij dat hij het er nooit over had. Rond zijn puberteit speelde het wel even meer in zijn leven. Hij las meer over het land waar zijn ouders vandaag kwamen. Vroeg zijn voogd meer over het hoe en het waarom. Maar hij zette nooit echt door om te gaan zoeken.

We hebben er altijd open over gepraat. Met alle kinderen. Dat wij nooit hun papa en mama zullen worden. Dat ze elders een papa en mama hebben, wie nu niet in staat zijn om voor ze te zorgen, om wat voor reden dan ook. Dat ze daarom bij ons wonen. Bezoekjes afleggen in gevangenissen, bel afspraken, het sturen van een kaartje op de verjaardag, we hebben het allemaal gestimuleerd, om zo het contact maar te behouden. Hoe dun het lijntje soms ook was. Onze oudste pleegzoon heeft dat lijntje met zijn moeder echter nooit gehad.

Jaren verstreken. Hij verliet het gezinshuis, volgde opleidingen, werd volwassen. Hij leerde veel, met vallen en opstaan. Uiteindelijk heeft hij nu, bijna 25 jaar oud, een eigen huis en meer rust in zijn leven. De vragen rondom zijn moeder, zijn roots, had hij even ‘geblokt’. Het zal vast door zijn hoofd hebben gespeeld, maar hij had de afgelopen jaren even genoeg aan zichzelf.

Zijn biologische halfzusje heeft vanaf jongs af aan altijd bij hem gewoond in een pleeggezin. Toen ze later in leefgroepen terecht kwamen is er altijd contact gebleven. Zij had naar mate ze ouder werd altijd meer drang om hun moeder te zoeken. Zeker toen ze ook haar eigen plek had en meer rust in haar leven. Initiatief kwam uiteindelijk dus meer vanuit haar kant in de uiteindelijke zoektocht, maar onze pleegzoon stond er zeker achter.

Tijdens onze zomervakantie werd ik gebeld door hem. “Mijn moeder is gevonden”, flapte hij er gelijk uit. Snel gegaan, mede door social media. Hij had haar al een paar keer aan de telefoon gehad. Na ruim twintig jaar je moeder aan de lijn, bizar. Foto’s werden al snel over en weer gestuurd. Het blijkt dat er veel familie is, halfbroers en zusjes. Het is ook bekend waar zijn vader woont. Veel informatie tegelijk voor hem, ik hoor het aan zijn stem. Blijdschap, maar ook onzekerheid, vragen. Wat heeft dit voor gevolgen? Wat kan en wil ik ermee?

De familie blijkt in Londen te wonen en ze worden gelijk uitgenodigd om het vliegtuig te pakken. Eerst is er twijfel bij hem. Het gaat nu wel opeens heel snel. Van niets naar heel veel. Wil ik dit al?
Zijn zusje is gelijk dol enthousiast, wil wel gelijk naar Londen. Dan komt hij zelf tot de mooie conclusie; “Als ik ga, dan samen met haar. “Het moment dat we na zoveel jaren onze moeder gaan zien, wil ik samen met haar doen”. “Dat moment komt nooit meer”.

Een week later stappen broer en zus samen in het vliegtuig. Hoe bijzonder. Hij heeft nog nooit zoveel berichten in een week tijd gestuurd. Foto’s die mij ontroeren. Daar staat hij, glunderend tussen zijn vader en moeder. Na zoveel jaren. Kippenvel.

Bij thuiskomst bel ik hem. Hij is moe. Het was een bijzondere week, verteld hij. Daar stonden op het vliegveld gewoon echt zijn moeder en zijn halfbroer hem op te wachten. Het was geen ’tranentrekker Spoorloos scene’ zoals hij het zelf mooi verwoordde, maar het voelde wel gelijk goed, warm. Hij heeft heel veel familie ontmoet. Veel gepraat. Over het waarom hij is afgestaan. Hoe hun leven is verlopen. Over het waarom zij nooit is gaan zoeken is hij kort en bondig; dat veranderd toch niks aan de situatie. Belangrijkste is dat ze er nu wel zijn. Heel veel familie na meer dan twintig jaar.

De rust weer thuis in Nederland vindt hij fijn. Het was toch een drukke week. Altijd familie over de vloer, emoties. Thuis even alles laten bezinken. Nadenken wat hij ermee wil. Hoe hij het contact gaat vorm geven.

Ik vind het zo fijn voor hem. Hoe het contact ook gaat worden in de toekomst. Het besef dat er familie is. Dat je er onderdeel vanuit mag maken, zal hem goed doen. Dat gun je ieder kind. Familie. Armen om je heen.