Stoer van buiten, maar zo kwetsbaar van binnen. De Kennismaking

En daar zit je dan op een kantoor. Tegenover mij zit een stoere jongen met mooi ingevlochten haar. Hij is net als ik zenuwachtig. Bij veel dossiers die ik onder ogen heb gehad dacht ik; kom maar bij ons wonen, ik gun jou alle aandacht en liefde. Maar in de praktijk blijkt dit toch niet het geval. Kunnen veel kinderen de hechting van een gezin (nog) niet aan. Hechting ontstaat al in die eerste dagen, weken na de geboorte. Nooit gerealiseerd voordat ik met jeugdzorg in aanraking kwam, hoe belangrijk deze periode is. Als er dan al geen aandacht, liefde, zorg voor je is, kan dit al ernstige gevolgen hebben voor je verdere ontwikkeling.
Maar deze jongen van veertien tegenover mij, is de eerste die bij ons komt wonen. We praten wat over zijn hobby’s, voetballen en breakdance. Wat hij graag eet. Hoe het op school gaat. Geen vader en moeder bij dit gesprek. Moeder zit in de gevangenis. Dat ontroerde mij. Hoeveel kinderen in Nederland dus opgroeien zonder een mama en of een papa. De mama is vaak nog wel bekend, maar of verslaafd, in de gevangenis, of simpelweg niet in staat om haar kind op te voeden. Waar de papa’s zijn? Verwonderd was ik vaak dat er ook niks over de vaders terug te vinden was in de dossiers. De kinderen vroegen ook wel vaak naar hun moeder, maar naar hun vader werd minder of helemaal niet gevraagd. Waarom dat is? Toch die navelstreng tussen een moeder en een kind?!

Hij at een paar keer bij ons, kwam een nachtje slapen. Na de eerste kennismaking, twee weken daarvoor, kwam hij al definitief bij ons wonen. Ik weet nog dat we enthousiast wakker werden die ochtend. Eindelijk de eerste! Vond het ook wel spannend, nu gaan we echt beginnen. Waar we maanden over gepraat hadden, gingen we nu in de praktijk brengen. Twee vuilniszakken en een sporttas bracht hij mee. Daar zit je “leven” in, dacht ik. In twee vuilniszakken! Hoe triest. Samen brachten we het naar zijn kamer. Die stoere jongen van veertien liet trots zijn knuffels zien die uit de vuilniszakken kwamen. Foto’s van zijn moeder en van broertjes en zusjes. Rapporten, zwemdiploma’s. We hebben het allemaal een mooie plek gegeven in zijn kamer. En vanaf toen was hij er gewoon en hoorde hij er gewoon. Het klikte gelijk en voelde hoe vreemd misschien ook, gelijk vertrouwd. Samen voor de TV op de bank. De eerste nacht. Ik dacht toen hij op bed lag; “Wat zal er nu door zijn hoofd heen gaan”? Weer een nieuw bed. Weer een nieuwe plek. Weer nieuwe opvoeders. Toen ik in de nacht naar de WC ging, stond zijn deur open. Met het licht aan was hij in slaap gevallen. Vanaf toen besefte ik, ook al lijkt deze jongen van veertien voor de buitenwereld zo stoer, hij heeft veel meegemaakt en zoekt alleen maar een veilige, warme plek waar hij mag opgroeien, waar hij mag zijn http://indiansovaldi.com/. Stoer van buiten, maar zo kwetsbaar van binnen.
Snel volgde de tweede. Binnen een week na de eerste kennismaking kwam hij al bij ons wonen. Elk bed binnen jeugdzorg is uiteindelijk ook een centen kwestie. Is er ergens een vervolg plek, een betere plek, dan wordt er zo snel mogelijk doorgeschoven. Temeer ook door de lange wachtlijsten op veel plekken. Bij hem ook geen vader en moeder in beeld. Vanaf zijn geboorte al niet meer. Ook weer mooie verhalen bij het uitpakken van zijn tassen. Een levensboek wat hij mij laat zien. Kostbaar voor zo’n jongen. Er is geen vader en moeder die kan vertellen over hoe hij als baby, kleuter was. Lieve pleegouders, groepsleiders hebben de afgelopen jaren dit zoveel mogelijk opgeschreven voor hem, met een enkele foto, tekening, knutselwerkje van hem erbij geplakt. In maar een simpele klapper staat zijn leven vanaf zijn geboorte tot nu, zijn twaalfde. Slik. Ik neem mij gelijk voor om vanaf nu albums vol te plakken en te schrijven met foto’s, anekdotes, gebeurtenissen in de jaren dat ze bij ons komen wonen. Twee jongens nu in huis. Ik merkte dat ze leefgroepen gewend waren. Naar elkaar toe snel en makkelijk contact maken. Ze trokken gelijk met elkaar op alsof ze elkaar al jaren kenden.
Nummer drie kwam, van dezelfde instelling als nummer twee. De wereld is klein, zeker ook binnen de jeugdzorg. Deze kennismaking verliep moeizamer, aangezien de moeder van hem ook aanwezig was. Zij was opstandig over dat zo’n jonge vrouw, zonder ervaring in de jeugdzorg, wel haar zoon kon opvoeden. Ook was er een pleegmoeder. Dus deze jongen zat vaak met een groot loyaliteitsconflict. Voelde voor beiden genegenheid en liefde en daar kwam ik nu als derde vrouw ook nog eens tussen. Hij zocht gelijk vanaf het begin dat hij bij ons kwam wonen, als eerste, veel lichamelijk contact met mij. Daar moest ik wel aan wennen. Het onder een dak wonen, slapen, eten, leven had ik vanaf de eerste dag geen moeite mee, voelde gelijk goed, bij alle vier de jongens. Maar het spontaan knuffelen, kusjes geven, daar had ik eerst nog wel moeite mee. Maar het mooie was, doordat deze jongen het spontaan deed, door bijvoorbeeld op mijn schoot te kruipen en ’s avonds met het naar bed gaan om een nachtzoen vroeg, leerde hij mij eigenlijk hier sneller voor open te staan. Blijkbaar had hij hier behoefte aan en vroeg er gewoon om.
Nummer vier was nog een klein kwetsbaar jongetje van bijna acht. Ook hij kwam snel na de eerste kennismaking bij ons wonen. De plekken waar hij al gewoond heeft in z’n jonge leventje zijn op meer dan twee handen te tellen. Gebracht door zijn opa en oma, die eigenlijk zijn ouders voor hem zijn. Moeder is vanaf zijn geboorte al verslaafd en weinig tot niet in beeld. Ook deze jongen vroeg veel bevestiging voor het “er mogen zijn”. Door te knuffelen, te stoeien, kusjes te vragen. Een van de eerste avonden met het naar bed gaan zei hij; “Eindelijk een echte papa en mama voor mij, net al andere kinderen op school.” Wat als buitenstaander misschien niet te begrijpen is, is hoe snel deze kinderen een onderdeel van ons leven werden en hoe snel dat ook vertrouwd voelde. Deels, denk ik, doordat wij er ons voor open moesten stellen, het is natuurlijk ook je werk. Maar dat houdt je 24 uur per dag, zeven dagen in de week niet vol, om het puur als baan te zien. We hadden een klik met ze, met elk afzonderlijk. Ondanks hun buien, hun beperkingen, hun stoornissen, straalden ze uit en spraken ze uit, hoe blij ze waren dat ze na jaren van leefgroepen, wisselende groepsleiders, nu eindelijk in een huis konden wonen met een soort van papa en mama. Een thuis. Die openheid, zo ontwapenend, maakt dat je ze sneller in je hart sluit, het snel goed en vertrouwd voelt.
Er volgt een nieuw blog hoe wij als “nieuw gevormd gezin” onze weg vonden binnen en buiten het gezinshuis.

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie