Thuis voelen

Bijna het einde van een bewogen jaar. Een jaar waarin ik ondanks Corona veel gezinshuizen heb kunnen bezoeken. De aantallen groeien, dat is goud, want de kracht van het gewone leven, je ergens thuis voelen gun je elk kind.

Gesprekken dus weer gevoerd aan de keukentafel bij veel verschillende gezinshuisouders. Naast de ‘verplichte kost’ wat hoort bij een interne audit, vaak ook ontroerende gesprekken.

Want naast de zorg voor de geplaatste kinderen 24 uur per dag 7 dagen in de week, hebben deze ouders soms ook te maken met politieke spelletjes, bureaucratie, onbegrip en zelfs jaloezie.

Het zijn inderdaad vaak ruime huizen waar ik kom met een grote auto of bus voor de deur. Het zijn vaak geen broertjes of zusjes van elkaar, dus moeten ze ook allemaal een eigen kamer hebben. Wil je een keer met het gehele gezin ergens naar toe, net als elk ander gezin, is het ook wel fijn dat dit past in één auto. Naar een pretpark, op vakantie of gezellig uit eten? Dit is niet vreemd toch en doen we allemaal wel eens met ons gezin?!

Gezinshuisouder ben je 24/7 en als je deze uren terug zou rekenen werken zij voor een karig loon en worden alle daadwerkelijk gewerkte uren nooit uitbetaald. Zou jij zoveel uren gratis werken voor je baas?

“Onbekend maakt onbemind”, zei laatst een gezinshuisouder tegen mij.
Ondanks de groei in aantallen is er binnen de jeugdzorg, gemeenten en maatschappij nog onvoldoende scherp wat het runnen van een gezinshuis écht inhoud. Voor mij is het al jaren geleden dat ik een gezinshuis runde, maar vaak hoor ik nu nog dezelfde frustraties en onbegrip als toen. Graag geef ik daarom een luisterend oor als ik bij ze aan de keukentafel zit. Een gezinshuis runnen is een ‘way of life’.

Elk kind is zoveel beter af op een plek waar je je thuis voelt. Dan voelt een kind zich veilig en kan gaan groeien. Door zoiets ‘simpels’ als een thuis te bieden zijn soms dure therapieën, professionals en instellingen stukken minder nodig en besparen wij daar als maatschappij heel veel geld.

Dat geld mag van mij naar nog meer gezinshuizen. Elk gezinshuis verdient een standbeeld van goud, want wat zij bieden is goud, voor elk kind een veilig thuis. Onbetaalbaar.

bloeien en groeien

Met 12 jaar kwam je in ons leven. Je genoot gelijk van het gezinsleven. Trots op je eigen kamer, waar je uren alleen kon zijn om te tekenen en muziek draaien. Je had een klik met de andere jongens in huis en jullie speelden vaak spelletjes of waren buiten aan het voetballen.

Net als elk ander kind in ons gezinshuis had jij ook je ‘rugzak gevuld’ met je verleden, waar je zelf niks aan kon doen of veranderen.

Mijn man en ik hadden een doel voor ogen toen wij begonnen als gezinshuisouders: voor elk kind een zo normaal mogelijk gezinsleven. Jij ging daarom naar een reguliere school, zat op de plaatselijke voetbalclub, kreeg een beugel en eigen fiets, net als vele andere kinderen in je klas.

Wij hadden als snel door dat je leergierig was, je betrokken wilde worden bij je behandelplannen en dat je vraagtekens had bij je medicijngebruik. Wij besloten daarom al snel om je mee te nemen naar je psychiater. Jij kon zelf prima verwoorden wat je wilde weten. Wat mij bij is gebleven van deze gesprekken is, dat er zo weinig toekomstperspectief werd geboden. Jij zou niet in staat zijn om vriendschappen te sluiten, altijd medicatie moeten gebruiken en de vraag was ook of je wel in staat was om zelfstandig te wonen, volgens deze man. Zo hard en zo niet motiverend voor jou.

Hierdoor werden wij alleen maar meer getrickerd om je te helpen, je voor te bereiden op je toekomst. Een toekomst met mogelijkheden! Wij zagen je namelijk wel groeien en alles wat je de juiste aandacht en liefde geeft groeit!

Wij merkten met de jaren ook wel dat je een ‘gebruiksaanwijzing’ had. Je soms weer in de goede richting gestuurd moest worden. Je niet alles aankan of doet zoals ‘de maatschappij’ dit soms verlangt.

Maar wat zagen wij mooie dingen gebeuren in de loop van de jaren. Je behaalde diploma’s, je had bijbaantjes, ging op kamertraining, je werd volwassen. In dat traject ben je ook een paar keer hard onderuit gegaan. Ook dan trok je wel uiteindelijk zelf aan de bel: “Erma, ik wil dit leven niet meer, ik wil nu écht aan mijn toekomst gaan werken”. Hulp vragen en aanvaarden en er voor knokken, dat is jouw kracht. Een veerkracht waar ik diep respect voor heb.

Deze week werd je 30. Ik dacht de afgelopen dagen weer aan de gesprekken bij de psychiater. Wat zou ik die man nu graag laten zien hoe je in het leven staat: Werk , vriendschappen, een auto, nul medicatie en een eigen plek.

Ik ben zo trots op wie je bent. Zo mooi anders! Jij bent het bewijs dat alles wat je aandacht geeft groeit.







Er was geen ik

De aflevering afgelopen donderdag van Zembla raakte mij enorm. Ondanks dat ik door mijn werk bij Zorgoppas vaker dit soort schrijnende verhalen hoor van ouders met een zorgbehoevend kind.

Waar houdt de eigen kracht op van ouders? Want dat bleek uit de documentaire, we laten ouders veel te lang ‘sudderen’. Jarenlang zijn ze aan het overleven, worden ze niet gehoord en raken ze uitgeput. Ondanks dat ze blijven aankloppen bij heel veel instanties, lijkt niemand ze écht te horen en dan ben je eenzaam, heel eenzaam als ouder.

Dat luisterend oor, dat geef ik ze vaak in eerste instantie als ouders contact met ons opnemen. Dat kwam ook duidelijk naar voren in deze documentaire; als ouders bij je aankloppen, neem ze serieus! Vraag hoe je kan helpen, wat zij nodig hebben. Wees ook eerlijk als je niet kan bieden waar ze om vragen. Je kan dan alsnog luisteren, maar beloof ze niet wat je niet kan waarmaken.

Het machtsverschil tussen de gemeente en de ouder vond ik heftig om te horen. Dat heb ik de afgelopen maanden ook ervaren in de gesprekken over onze pleegdochter. Een gezaghebbende moeder werd amper gehoord en over de gesprekken werd niet gerapporteerd zodat je als ouder bijna nergens op terug kan komen en ook niet helder is welke stappen de gemeente nu daadwerkelijk heeft genomen in het belang van je kind.

“Zorgen dat ouders op de been blijven is het beste voor het kind”, werd ook vaak genoemd. Met Zorgoppas proberen wij energie terug te brengen binnen het gezin. Doordat wij zorgen voor een geschikte oppas, ontlasten wij de ouders en kunnen zij op een ontspannen manier de deur uit. Deze ouders zijn anders namelijk nooit vrij.

Ik spreek ouders die hun baan opzeggen, omdat er geen opvang is, of omdat de wachtlijsten te lang zijn. Ouders die al jaren niet meer samen weg kunnen. Scheidingen. De zoektocht naar de juiste diagnose. De bureaucratie. Deze ouders zijn nooit vrij, lopen te lang op hun tandvlees. Heftig wat een moeder zei in deze aflevering: “Er was geen ik”, ik was aan het overleven”.

Zorgoppas gunt dat elke ouder ontspannen de deur uit kan gaan. Daar zet ik mij graag samen met mijn collega’s voor meer dan 100% in. Elke ouder verdient het om soms even geen ouder te hoeven zijn. Elke ouder verdient het om weer even ik te zijn.