warm weerzien pleegzoon

Eindelijk hebben we hem weer in onze armen kunnen sluiten. Na maanden summier contact te hebben gehad. Hooguit via de whatsapp en een berichtje op Facebook. Maar geen telefonisch contact. Maanden zijn stem niet gehoord. Zijn stem waar ik meestal wel uit kan opmaken hoe hij zich echt voelt. Of hij extra hulp nodig heeft. Een extra bezoek. In die paar maanden is hij snel achteruit gegaan. Om diverse redenen.

Maar hij voelde dat hij verder afgleed. Grip op zijn leven kwijtraakte. Maar hulp vragen kan hij niet. Wil hij gelukkig uiteindelijk wel, maar hij zal de eerste stap niet zetten. Daarvoor in de plaats gaat hij ernstig gedrag vertonen. Zo ken ik hem al vanaf kleins af aan. En zo zal het in de toekomst ook blijven gaan. Met vallen en opstaan. Ik zal ermee moeten dealen. Dat hij mede, doordat hij vanaf baby af aan verwaarloosd is, hier de rest van zijn leven ernstig last van zou blijven houden.

En ja, ik had voordat ik met jeugdzorg in aanraking kwam, ook vaak snel een mening over die “etters”. Die vandalisme pleegde. In instelling zaten. Naar mijn mening niks wilde. Lanterfantten. Maar ik heb mijn oordeel moeten bijstellen. Een deel van de jeugd kan door diverse oorzaken er niet altijd wat aan doen. Dat zijn/haar leven zo is gelopen, zijn/haar gedrag zo is. Ik zal de gevolgen van zijn gedrag nooit goedkeuren, maar ik accepteer steeds meer dat hij is zoals hij is.

Deels zal ik ook wel moeten. Dat hij op zijn manier, met hulp en medicatie, er alles aan doet om te functioneren in deze, soms “grote boze buitenwereld” voor hem. Maar natuurlijk blijven mijn zorgen omtrent zijn gedrag. Nu is het nog beperkt tot materiële schade. Maar wie weet uit hij een volgende keer zijn frustraties op een persoon. Diep in mij zegt een stem dat hij dit nooit zal doen. Maar ik denk dat dit meer hoop is.

Vorige week hebben we hem na maanden weer gezien. Onze dochter van drie had hem ook maanden niet gezien en gesproken. Maar wekelijks liet ze zijn naam wel vallen. Liep ze rond in zijn kamer, waar nog spullen van hem stonden. Stoer vertelt ze vaak dat ze een grote broer heeft. Ze was door het dolle heen dat ze hem weer zou zien. Kind heeft geen besef van tijd. Leeft bij de dag. Dus toen we uitstapten, rende ze uitgelaten naar hem toe en viel in zijn armen. Mooi moment. Breekt het ijs. Hij liep naar mijn man. Mijn man gaf eerst een hand, aftastend. Maar pleegzoon trok mijn man naar zich toe. Wilde een knuffel. Een kus. Daarna mocht ik hem eindelijk na maanden weer in mijn armen sluiten. Deze lieve, grote jongen van inmiddels bijna twee meter. Ik zag gelijk in zijn ogen dat hij rustig was. Opgelucht. Hij kroop in mij. Heerlijk gevoel. Trots liet hij zijn nieuwe woonplek zien.

Prachtige omgeving. Midden in de bossen. Buiten is het heerlijk. Binnen moet ik altijd slikken in die leefgroepen. Vind het vaak zo troosteloos. Peuken uitgedrukt in de kozijnen. Schunnige teksten op de vreemdste plekken. Toilet bezoeken wil je liever ook niet, vaak erg vies. En dan zijn kamer. Klein. Muf. Altijd de gordijnen dicht. Haast nooit een raam open. Vier bananendozen in de hoek. Met zijn spullen. Zijn leven. Midden op de verder kale muren, een foto van de liefste vrouw in zijn leven. Zijn oma die een jaar geleden overleden is. Zijn moeder voor hem. Onze dochter geeft trots haar gemaakte schilderij aan hem. Kan je je kamer vrolijk maken, vertelt ze erbij. Hoe klein ze ook is, ze voelt dat deze plek bijzonder is. Kijkt naar alle deuren op de gang. Vraagt wie daar allemaal wonen. Als ik in zijn kamer ben word ik elke keer weer verdrietig. In alle kamers waar hij de afgelopen jaren heeft moeten slapen. Besef ik weer hoeveel kinderen, jong volwassenen, in deze situatie wonen. En niet altijd helemaal door eigen schuld. Triest.

We gaan wandelen in het bos. Spontaan pakken dochter een pleegzoon elkaars hand. We spelen verstoppertje. Hij laat op het terrein zien waar hij overdag werkt. En we praten. Zo praat hij het liefst weet ik inmiddels. Niet aan een tafel tegenover elkaar. Maar lopend. We hebben al vele wandelingen met hem gemaakt. We praten over wat er is gebeurd. De strafzaak die nog loopt. De gevolgen. Maar ook over zijn mogelijkheden. Zijn kansen. Hij vertelt dat hij zich weer rustig voelt sinds maanden. Dat hij hulp wil. Dat hij hoopt hier lang te kunnen blijven wonen. Hij zich hier veilig voelt. Beschermd. Ver van de grote buitenwereld.

Hij heeft ons wel gemist de afgelopen maanden. Op zijn manier. Deels zal ik dit nooit begrijpen. Dat hij al die maanden nooit om hulp heeft gevraagd. Ons nooit gebeld heeft. Ik moet mij daar bij neerleggen. Hij is zoals hij is. We gaan de draad weer oppakken. Ik heb hem weer in zijn ogen kunnen kijken. Ik heb gezien dat hij tot rust komt waar hij nu woont. Hij staat weer open voor hulp. Hij wil er weer voor gaan. Voor nu is dat goed genoeg. Hij doet weer zijn best. Hij is zoals hij is.

groeien als gezin, groeien als “moeder”

En dan woon je “ineens” met vier kinderen in een huis. Vier jongens variërend van acht tot veertien jaar oud. Heb je een gezin. Maanden zijn er aan vooraf gegaan. Waar je veelal bezig bent met hoe om te gaan met het gedrag van de kinderen. Het netwerk rond de kinderen. Het opbouwen van een band met ze. Maar in de praktijk liep dit in het begin eigenlijk heel voorspoedig en was ik het drukst met hoe ik eigenlijk een gezin moet runnen. Dat overviel mij het meest de eerste maanden.

Een brood per dag is veel te weinig voor vier opgroeiende jongens. De eerste weken waren de pannen na het avondeten veel te snel leeg en de magen nog niet gevuld. Ik moest echt schakelen om voor zes mensen inkopen te doen en te koken. Tandartsbezoek, een schoolavond, naar de psycholoog, kinderfeestje? Nooit bij stil gestaan in al die maanden voor de start van het gezinshuis. De “normale dingen” die erbij horen en komen als je kinderen hebt. Die wasmand wat toch leeg gisteravond? De eerste maanden heb ik in een rollercoaster geleerd hoe een gezin te runnen. Efficiënt boodschappen doen. Ja, dus met een boodschappenlijstje! Waar ik voorheen “jeuk” van kreeg, maar waarvan ik merkte dat ik met zo’n lijstje dingen niet vergat en datgene kocht wat ook echt nodig was. Kilo’s aardappelen heb ik leren schillen. De kinderen waren in de leefgroepen gewend dat ze te pas en te onpas kleding in de was konden gooien, ging toch op de grote hoop. Ik heb ze snel duidelijk gemaakt dat je een spijkerbroek prima meerdere dagen aan kunt doen. Een T-shirt niet stinkt na een stuk fietsen. Ik moest een hand vasthouden in de tandartsstoel voor die stoere jongen die daar toch wel bang voor was. Mijn man en ik zaten op een te kleine stoel in een klaslokaal trots de werkjes van een van de jongens te bewonderen. Zwemlessen, vroeg op zaterdagochtend aan de zijlijn op het voetbalveld, de padvinderij.

De eerste maanden als gezin waren we daar vooral druk mee. Waar bleef dat “ettergedrag” van de jongens, waar we al die maanden in de sollicitatieperiode zo uitvoerig over gesproken hadden? Het merendeel van het huishouden probeerde ik te runnen en te plannen. Mijn man had zijn fulltime baan buiten de deur en ondersteunde met name in de opvoeding en activiteiten rondom de jongens. Gelukkig kregen we wel huishoudelijk ondersteuning. Deze vrouw was voor mij een rots in de branding, wat kon die poetsen!

Door het runnen van een huishouding gingen mij zaken al wel snel opvallen. Waarom ligt er van de oudste maar zo weinig ondergoed in de was? Waarom is de shampoo fles in de douche bij de jongste na een maand nog steeds vol? Waarom slikt hij nog steeds medicatie tegen bedplassen, terwijl zijn beddengoed nooit meer nat is in de ochtend? Je merkt dat in leefgroepen zaken niet of minder snel opvallen. Mede door wisseling van de leiders. Minder tijd voor persoonlijke aandacht. Minder tijd voor controles. De jongste bleek dus altijd wel onder de douche te gaan staan, maar deed nooit shampoo in zijn haar. Medicatie wordt vaak maanden nog voorgeschreven en te weinig geëvalueerd, waardoor kinderen misschien onnodig lang nog medicatie slikken. De jongens genoten van de maaltijden. Waren vaak jaren maaltijden uit “gaarkeukens” gewend. Nu gingen ze wel eens mee boodschappen doen. Mochten ze meedenken en meehelpen met het avondeten. Fruitschaal met meer dan alleen appels erin op tafel. Een krant bij het ontbijt. Ook al lazen ze deze niet in detail. Ze lazen vaak toch de koppen, waardoor we een mooie discussie kregen over actuele zaken uit het nieuws.

Natuurlijk maakte ik fouten in de eerste maanden. Ik vergeet nooit de ochtend dat een schooldirecteur belde of ik wilde langskomen, aangezien een van de jongens met een mes had lopen zwaaien. Woest was ik toen ik richting school reed click here. Hoe komt een kind op een lagere school aan een mes?! Wat bleek; het was het schilmesje wat ik zelf had meegegeven zodat hij zijn kiwi in stukjes kon snijden in de pauze. Geen moment bij stil gestaan dat daar misbruik van gemaakt zou worden door hem. Waarom gaan de planten zo snel dood? Daar blijven dus de bekers melk van de ontbijttafel! Vuurtje gemaakt in het klaslokaal? Oké, lucifers ook beter opbergen. Geen onderbroek aan? Oké , dus meer controle bij het aankleden.

Ik leerde snel en veel de eerste maanden in het gezinshuis. Met vallen en opstaan. Maar als basis was er rust, regelmaat en gezelligheid. Ik genoot van mijn rol als ‘moeder’. De stralende gezichten van de kinderen als ze uit school kwamen. De verhalen bij dat kopje thee met koekje om half vier. Vond ik als kind ook zo fijn. Qua gedrag ging het de eerste maanden heel goed met de jongens. Hoor je vaker. Ze zijn net nieuw. Kijken nog de kat uit de boom. Deze kinderen waren na jaren van leefgroepen ook zo blij met het wonen in een gezin. Opgelucht dat er eens “normaal” tegen ze gepraat werd. “ Je hebt vandaag een kut dag?” “Prima, maar je kunt wel even luisteren!” In plaats van; “Waar komt dit vandaan?” “Waarom voel jij je zo rot?” Dat maakte dat ik de eerste maanden kon groeien in de rol van ‘moeder’ en die tijd ook nodig had. Komende uit een wereld van eigenlijk wel een beetje een yup zijn.

De overstap naar die rol van gezinshuisouder, soort moeder, vond ik heftiger dan het leven met deze vier jongens onder een dak met al hun gedragsproblemen. Maar ik schakelde snel; van yup naar “mama van vier”. Samen naar een tuincentrum fietsen, plantje uitzoeken en de potten op het terras vullen. Naar de markt en ergens een kopje thee drinken. Op bezoek bij mijn familie. De auto door een wasstraat, zelfs tanken. De, vaak in onze ogen simpele dingen, vonden zij zo leuk om te doen. Ik denk nog steeds dat, doordat wij de eerste maanden hier veel aandacht aan besteed hebben, wij een goede basis hebben gelegd. Wat maakte dat, toen de eerste scheurtjes in het gedrag van de kinderen naar buiten kwam, het vertrouwen in elkaar er was. Het voelde goed en het gezinshuis draaide op alle vlakken steeds beter. We vonden onze weg met elkaar onder een dak.

Groot voordeel was dat de vier jongens met elkaar een klik hadden. Ze deelden hun passie voor voetbal en dansen. Wat een bewondering had ik vaak voor ze. Hoe makkelijk ze zich weer konden aanpassen in een nieuwe situatie.  Ze dingen van elkaar respecteerde en accepteerde. Hoe goed ze soms dingen konden verwoorden. Met gevoel, recht uit hun hart, zonder schaamte. Ik heb daar in die jaren veel van geleerd. Meer dan uit menig managementboek. Het huishouden, de clubs, de scholen, de medische wereld, is maar een klein onderdeel van het runnen van een gezinshuis. Overleggen, contacten met het netwerk, budgetteren, sponsoring, verslaglegging kwam daar ook nog allemaal bij. Veelal onder de schooltijden van de kinderen. De jongens gingen zich na een paar maanden steeds meer thuis voelen. Ze gingen steeds meer hechten. Mede daardoor groeiden ook het aantal woedeaanvallen, het opzoeken van grenzen, pubergedrag. Hier volgt een nieuw blog over

contact pleegzoon

Hij was veel in mijn hoofd de afgelopen dagen. Wat zal hij nu doen in zijn cel? Zullen ze hem als een volwassenen behandelen, ondanks dat hij in heel zijn doen en laten nog een kind is? Gelukkig hadden we goed contact met zijn advocaat. Eindelijk een professional die buiten de lijntjes durfde te gaan, in het belang van onze pleegzoon. Die niet in het eerste telefoongesprek gelijk vroeg; “Wat is precies uw relatie met deze jongen”? “Sorry, hij is nu achttien, we kunnen geen info met u delen”. “Hij is nu volwassen en kan daar zelf over beslissen”. Naast bezorgd was ik ook boos en gefrustreerd de afgelopen dagen. Waar is die plek voor deze jongen, die niet precies een duidelijke “stempel” heeft, een duidelijke indicatie? Die zo’n complex verleden heeft. Is die er wel in Nederland? Ik heb het bij meer (pleeg)jongeren binnen de jeugdzorg gezien die achttien zijn geworden. Lees meer