een zorg minder

Een vrouw aan de lijn, ze klinkt gehaast, ik vraag of het uitkomt dat ik bel. Eventjes heeft ze wel tijd, zegt ze, eventjes wordt bijna een uur. Blijkbaar bel ik toch op het juiste moment en  ondanks dat wij vreemden van elkaar zijn ontstaat er een bijzonder gesprek.

Waar ze Zorgoppas van kent, vraag ik meestal aan het begin van een gesprek. Ze heeft op een avond haar laptop gepakt en is gaan zoeken naar oppas mogelijkheden, omdat ze op is. Op is van twee jaar zorgen. Zorgen voor en om haar zieke dochtertje wie een hersentumor heeft. Ze is een alleenstaande moeder en ze heeft de afgelopen twee jaar haar netwerk ‘leeggezogen’ , zoals ze het zelf omschrijft.

Nu alle behandelingen achter de rug zijn, moet ze tijd voor zichzelf gaan nemen en wil ze haar familie en vrienden ook wat gaan ontlasten. Zo vond ze ons. Ze vindt het doodeng om haar nog zieke kind uit handen te geven aan een vreemde. Ik vraag daarom goed door wat ze zoekt, wat haar kind nodig heeft en wat de oppas voor type moet zijn.

We lachen ook tijdens het gesprek, humor heeft haar gered de afgelopen jaren verteld ze. Gedurende zo’n gesprek met een ouder probeer ik een goed beeld van het gezin te krijgen en heb ik soms in mijn hoofd al een match met een geschikte oppas.

Zo ook in dit geval. Eerder had ik een intake met een vrouw, maatschappelijk werkster van beroep. Zij had gelezen over Zorgoppas en wilde naast haar werk, graag een paar uur per week ouders uit de brand helpen met een zorgbehoevend kind.

Beide vrouwen wonen midden in de stad, delen dezelfde interesses en vinden humor vaak een redmiddel in moeilijke tijden. Het werd al snel een match.

Een paar weken later belde ik de moeder hoe het oppassen gegaan was. Ze had een lunch gekocht, was midden in een park gaan liggen en had twee uur lang genoten van de rust, de vogels in de bomen en de zon op haar gezicht. Bij thuiskomst trof ze haar dochtertje samen met de oppas aan, spelend in de zandbak en vol enthousiaste verhalen.

Dat is waar wij het voor doen; ouders vaak na jaren een stukje vrijheid teruggeven. Even weer mens zijn en voelen.

gezond boerenverstand

Een jaar verder sinds de eerste kennismaking. En wat is er al veel gebeurd in dat ene jaar.
Gelukkig was er gelijk een klik, die  woensdagmiddag dat je samen met je mama bij ons kwam kennismaken. Vooral met onze dochter en met mij. Van mijn man moest je eerst nog niet veel hebben.
De middag werd een dag en al een snel een weekend. Je genoot volop van alles wat wij met je deden.

Je eerste keer in negen jaar buiten Den Bosch komen. Een stuk fietsen en dan picknicken. Je eerste keer naar een dierentuin. Samen een diner verzinnen, alles inkopen en dan samen bereiden. Zwemmen. De intocht van Sinterklaas. Logeren in de Achterhoek. Met Kerstmis aan een lange tafel met veel mensen. Voor veel kinderen allemaal heel gewoon, maar voor jou was veel voor de eerste keer. Je wereldje was heel klein.

Er waren ook wel gelijk zorgen. Over je woonsituatie. Je dagelijkse verzorging. Je band met je ouders. School. Slapen.
Ook al is dat niet de rol van weekendpleegouders, wij konden veel dingen niet aanzien en gingen tot actie over. Door mijn ervaring als gezinshuisouder en later als pleegouder, blijft mijn ervaring dat zaken soms te lang blijven liggen of dat er te lang over wordt gepraat, zonder dat er daadwerkelijk actie wordt ondernomen.

Dus wij gingen niet wachten op dat ‘potje met geld’ voor de zwemles. Hup, aanmelden en gaan, elke week. Gesprekken met de woningbouw schieten niet op? Hogerhand opzoeken en mensen wijzen op hun verantwoordelijkheden. Mijn man en ik zijn geen afgestudeerde psychologen en gedragswetenschappers, verre van dat, maar met gezond boerenverstand hadden wij al snel door, dat er achterstand is in haar ontwikkeling. Behandelgroepen en speciaal onderwijs konden geen onderzoeken of testen laten zien, terwijl zij er al jaren naar toe gaat. Hoe kan dat?

Wij zijn nu een jaar verder. Moeder heeft urgentie en krijgt binnenkort een woning. Zwemdiploma A en B zijn in de pocket. Pleegdochter gaat in plaats van naar een behandelgroep nu paar keer per week naar een zorgboerderij. Gesprekken met school lopen nog.

Nee, wij hoeven geen veer in onze kont. Ik schrijf dit uit een soort frustratie. Fijn dat de minister meer geld beschikbaar wil stellen voor de Jeugdzorg. Maar ik denk dat wij in veel gevallen, met logisch nadenken en efficiënter werken, heel veel meer en sneller dingen kunnen bereiken, zonder dat dit extra geld kost.

Gelukkig kunnen wij wat betekenen voor dit lieve meisje van negen. Zij verdient die veer in haar kont, want zij kan er niks aandoen, opgroeien in deze situatie. Zij en meer kinderen in dit land verdienen dat wij,  volwassenen, wat vaker ons gezond boerenverstand gebruiken.

loslaten

‘Als je ouders gelukkig zijn, heb je geluk als kind’. Rake woorden gisteravond van mijn dochter van acht. Ze merkte dat ik verdrietig was over de situatie van onze pleegzoon. Gistermiddag hebben wij bericht gehad, dat hij onder politiebegeleiding is afgezet bij het Leger des Heils. We lagen samen op het grote bed te praten over haar pleegbroer.

Zijn familie en wij hebben heel lang geprobeerd hem alle liefde, aandacht, troost en steun te geven. Je kan een film maken over zijn leven, wat een script en helaas ook nog allemaal waargebeurd. Zijn verslaving maakt hem nu een ander persoon. Hij gebruikt om de werkelijkheid te ontvluchten, om zijn problemen te vergeten.

Dat deel stemt mij verdrietig. Ik ken hem al ruim zestien jaar. Ondanks zijn ‘zware rugzak’ is hij zo’n mooi persoon. Scherp, met humor en vaak een prachtige glinstering in zijn blauwe ogen. Op het sterfbed van zijn opa hebben wij hem beloofd er altijd voor zijn kleinzoon te zijn. Omdat, op het moment dat deze jongen in ons leven kwam, hij ons raakte en een plek in ons hart kreeg.

Op het moment dat zijn oma stierf, de belangrijkste persoon uit zijn leven, heb ik een bevriend psychiater gevraagd wat de gevolgen kunnen zijn van al dit drama in zijn jonge leven. Wat kan een kind aan?
Hij lijkt gelijk te krijgen. Verslaving overheerst nu zijn leven. ’s Nachts gamen en overdag naar zijn ‘vrienden’ in de coffeeshop.

Afgelopen december was hij nog bij ons. Toen merkte wij al dat hij het gezinsleven niet meer aan kan. Hij werd wat opgefokt na een paar dagen. Hij was niet meer gewend om ’s nachts te moeten slapen en hij was zo mager en had het continue koud. Wij hebben geprobeerd tot hem door te dringen, dat hij hulp moet gaan zoeken, mede voor zijn verslaving. Maar hij wuifde alles weg, er was niks aan de hand. Het lag allemaal aan een ander.

Hij heeft de afgelopen jaren heel veel kansen gehad. Mede omdat hij als basis een goed persoon is, gingen hulpverleners ver om hem te blijven helpen. Maar de maat is nu vol. Hij wordt agressief door zijn gebruik. manipuleert en maakt andermans spullen kapot. Dit gedrag maakt mij ook boos en vind ik onacceptabel. 

Dus moet ik hem deels loslaten, ter bescherming van mijzelf. Dat kost tijd. In de tussentijd hoop ik, dat hij gaat inzien dat hij hulp moet gaan accepteren. Dat ik hem binnenkort kan opzoeken op een plek waar hij wil leren hoe om te gaan met alle shit uit zijn verleden.