10 jaar Keurmerk gezinshuizen

Dit jaar stonden wij stil bij het 10-jarig bestaan van het Keurmerk Gezinshuizen.
10 jaar lang kom ik langs bij mensen die van hun huis een thuis maken voor andermans kinderen.

10 jaar lang hoor ik de meest bijzondere, veerkrachtige, intense, mooie en verdrietige verhalen over kinderen. Kinderen die de pech hadden dat hun wieg niet op een veilige plek stond. Ouders die niet in staat waren om voor hen te zorgen. Die wegvielen of gewoon vertrokken.

10 jaar lang ben ik soms boos en verbijsterd hoe ons systeem binnen de jeugdzorg werkt. Hoeveel ‘macht’ sommige partijen hebben, ten koste van de kinderen en gezinshuisouders.

10 jaar lang word ik wel een paar keer per jaar overvallen door emoties over het leven van kinderen in ons land.

Zo ook afgelopen donderdag. Ik was voor het eerst in dit gezinshuis. Een thuis waar jongeren wonen die suïcidaal zijn. Dit is al zo intens verdrietig, maar hoe leeg en alleen moet je je voelen als je dan geen vangnet van ouders hebt?! Deze gezinshuisouders staan letterlijk dag en nacht klaar voor deze jongeren. Hebben naar ze gezocht, soms midden in de nacht. Gevonden op de meest onheilspellende plekken. Nemen een jongere een hele nacht letterlijk in hun armen. Om ze iets van veiligheid en troost te bieden.

“Hoe houden jullie dit vol?”, vroeg ik hun. Door hele kleine stapjes die deze jongeren maken. Ze na een hele nacht weggeweest te zijn geweest, toch weer thuiskomen tegen het ochtendgloren. Ze zich laten opwarmen, letterlijk en figuurlijk.
Maar ook het besef dat wij niet iedereen kunnen redden in onze maatschappij, maar er wel voor ze kunnen zijn. Dat is soms voldoende. Welke keuze uiteindelijk iemand maakt, is aan diegene.

Ik liep na deze audit naar het station. Overal kerstlichtjes. Mensen gezellig aan het borrelen in een buurtkroeg. Ik dacht aan onze pleegzonen. Ik mis ze extra rond deze dagen, omdat ik weet hoe klote ze vaak deze maand vinden. Het contact is nihil. De jongste zit weer vast. De zoveelste keer tijdens de feestdagen. Ik denk dat hij in de gevangenis iets van geborgenheid vindt. Op zijn manier. Ik slikte mijn tranen weg, was op het station aangekomen.

Laten wij in 2025 ervoor elkaar zijn. In ieder mens zitten vele kleuren, talenten, krachten en positiviteit. Het is maar wie dit alles in je opmerkt en je met inzicht aarzelend begeleid.
Activeer om grotere afbeelding te bekijken,

You rise me up

Een gezinshuis ergens in het land waar ik aanbel. Een klein meisje van 3 staart mij aan, veilig achter de benen van de gezinshuismoeder. Een van de vier kinderen die vorige week allemaal in alle vroegte voor hun veiligheid naar dit huis gebracht zijn, voor even een thuis. Kinderen die in een extreem onveilige situatie woonde, waarbij zelfs de veiligheid van de jeugdbeschermers in gevaar komt.
Ze komt gezellig bij de audit zitten, eerst nog wat verlegen, maar op een gegeven moment gaat ze spelen in een hoek van de kamer, maar houdt ons goed in de gaten. Later gaat ze met de gezinshuisvader mee om haar broertjes en zusjes van school te halen.
“Ben je niet bang?”, vraag ik later aan de gezinshuismoeder als wij alleen achter blijven. “Hoe kan je deze kinderen een thuis bieden?”
Nee, ze is niet bang, ze hebben vertrouwen in het veiligheidsteam waarmee ze samen werken. Ze gunnen deze kinderen een veilige plek. Waar moeten ze anders heen? Zelf hun knuffels werden doorzocht op afluisterapparatuur. De jongste kwam op blote voetjes, met alleen een pyjama. Ik staar in de lieve bruine ogen van de gezinshuismoeder en uit mijn respect naar ze.
Op de terugweg in de auto is het lied ‘You rise me up” van Westlife op de radio. Hieronder een deel van de songtekst. Toepasselijk voor na dit bezoek in dit gezinshuis. Ik blijf na al die jaren nog steeds soms ontroert van dit mooie werk wat vele gezinshuisouders dag in dag uit doen.
Jij tilt me op, zodat ik op bergen kan staan
Jij tilt me op, om stormige zeeën te bewandelen
Ik ben sterk, wanneer ik op je schouders zit
Jij tilt me op…

Positionering gezinshuisouders

Als gezinshuisauditor spreek ik vaak met de gezinshuisouders ook over hun positie. Zeker na de uitzending van Argos , daarna barstte de meningen en reacties weer los over gezinshuizen. Terecht? Ik miste in de vele discussies de positie van gezinshuisouders en misschien ook wel hun bescherming. Want naast de zorg voor de geplaatste kinderen 24 uur per dag 7 dagen in de week, hebben deze ouders soms ook te maken met politieke spelletjes, bureaucratie, onbegrip en zelfs jaloezie.

Het zijn inderdaad vaak ruime huizen waar ik kom met een grote auto of bus voor de deur. Het zijn vaak geen broertjes of zusjes van elkaar, dus moeten ze allemaal een eigen kamer hebben. Wil je een keer met het gehele gezin ergens naar toe, net als elk ander gezin, is het ook wel fijn dat dit past in één auto. Naar een pretpark, op vakantie of gezellig uit eten? Dit is niet vreemd toch en doen we allemaal wel eens met ons gezin?!

Gezinshuisouder ben je 24/7 en als je deze uren terug zou rekenen werken zij voor een karig loon en worden alle daadwerkelijk gewerkte uren nooit uitbetaald. Zou jij zoveel uren gratis werken voor je baas?

“Onbekend maakt onbemind”, zei laatst een gezinshuisouder tegen mij.
Ondanks de groei in aantallen is er binnen de jeugdzorg, gemeenten en maatschappij nog onvoldoende scherp wat het runnen van een gezinshuis écht inhoud. Voor mij is het al jaren geleden dat ik een gezinshuis runde, maar vaak hoor ik nu nog dezelfde frustraties en onbegrip als toen. Graag geef ik daarom een luisterend oor als ik bij ze aan de keukentafel zit. Een gezinshuis runnen is een ‘way of life’.

De opmerking na de uitzending dat je ‘heel makkelijk via een papiertje in te vullen bij de gemeente’ een gezinshuis kan starten, vind ik niet terecht. De afgelopen jaren is er door alle huizen waar ik kom hard gewerkt aan kwaliteit, reflectie en transparantie.

Elk kind is zoveel beter af op een plek waar je je thuis voelt. Dan voelt een kind zich veilig en kan gaan groeien. Door zoiets ‘simpels’ als een thuis te bieden zijn soms dure therapieën, professionals en instellingen stukken minder nodig en besparen wij als maatschappij heel veel geld.

Wat in het leven van Benito is gebeurd en welke stappen hij heeft moeten nemen gun ik geen kind en mag ook niet gebeuren. Een situatie als deze is er eentje teveel en een waterdicht systeem bestaat hier helaas (nog) niet voor.
Maar laten wij niet vergeten, zeker nu de week van de Pleegzorg is gestart, bij hoeveel kinderen het in gezinshuizen en pleeggezinnen wel heel goed gaat. Blijf ik chapeau zeggen tegen al die gezinshuisouders en moeten wij ze ook een luisterend oor blijven bieden. Dat verdienen zij!