Vragen waar ik niet altijd een eerlijk antwoord op heb

Je kwam stil binnen afgelopen vrijdag. Je mama vertelde, dat je deze keer er tegenop zag om naar ons toe te gaan. Je gezichtje was wit en je ogen stonden triest.

Ik gaf je een dikke knuffel en we gingen samen bakken in de keuken. Even wat afleiding. Maar je bleef stiller dan normaal.

Tijdens het avondeten vroeg je of je mij op de gang iets mocht vertellen. Dit vraag je vaker, als je iets moeilijk vindt om te vertellen of te vragen. Je ging op de trap zitten en toen brak je. “Waarom kan ik niet altijd bij mijn mama zijn?” “Waarom moet ik soms hier naar toe, ik wil ook gewoon zijn.” “Waarom heb ik geen opa en oma?”.  Je was zo verdrietig en ik met een mond vol tanden. Want wat antwoord ik tegen zo’n verdrietig meisje, in een lichaam van een achtjarige, maar in haar belevingswereld hooguit drie jaar oud?

Ik nam je op schoot en gaf je een dikke knuffel en ik vertelde je dat je ook gewoon bent, op jouw manier. Maar je bleef herhalen dat je ook familie wilt hebben en een gewoon huis en niet met een taxi naar school gebracht wil worden.

Diep van binnen wilde ik graag tegen je zeggen dat ik je dit alles ook zo gun, maar dat je moeder door haar verleden weinig familie heeft. Zij ook niet altijd in staat is om je dat te geven, wat jij nodig hebt; rust, regelmaat, een zo normaal mogelijk leven. Dat is wat ik je zó gun.

Ik vertelde je waarom wij zo blij zijn, dat je in de weekenden bij ons komt. Dat wij zo moeten lachen om jouw grappen. Jij je als de beste kan verstoppen. Jij de mooiste liedjes kan zingen.

Zo bleven we nog even samen op de trap zitten. Ik bleef je knuffelen en kusjes geven en gelukkig werd je langzaam aan weer rustiger.

Na een goede nachtrust werd je zaterdag gelukkig vrolijk wakker en was je de rest van het weekend dat leuke, lieve, vrolijke meisje.

Alleen knuffelde wij je dit weekend wat vaker dan normaal. Dat is wat wij als weekendpleegouders tenminste kunnen doen. Jouw het gevoel geven dat je welkom bent en dat je gewoon bent.

 

 

 

Wil jij het overwegen?

Het is deze week ‘de week van de pleegzorg’. Deze week staan pleeggezinnen en pleegkinderen extra in de aandacht. Dat is hard nodig, want teveel kinderen in Nederland staat op een wachtlijst.

Ik kan het blijven herhalen hoe bijzonder, intensief, leerzaam, mooi pleegzorg kan zijn. Het kan je leven écht verrijken. In welke vorm dan ook. Een middag in de week, een weekend per maand, crisis. Onderzoek eens of er een vorm is die bij jou past.

Dit alles maar met één doel; een kind extra aandacht en liefde geven, een thuis. Het besef dat ze er mogen zijn.

Onderstaand gedicht beschrijft voor mij precies dat wat pleegzorg kan betekenen voor een kind:

Klei

Wij jeugdzorgkinderen zijn klompjes klei
Je kan ons tot alles vormen
De wereld ligt voor ons open
Wij kunnen alles worden
Een liefdevolle vader,
Een geniale neuroloog
Een profvoetballer
Misschien wel psycholoog
(…. Maar waarschijnlijk niet)
Zolang de klei nat is
Valt veel terug te draaien
Wacht je te lang
Dan zijn we kurkdroog
Als er goed voor ons wordt gezorgd
Dan worden wij prachtige beeldjes
Het mooiste kunstwerk in een galerij
Maar zonder aandacht
Zonder compassie
Drogen we uit, en verharden wij

 

acht jaar Bossche

Ik kan het mij haast niet voorstellen en toch is het zo.

Je bent acht jaar oud en je bent bijna nooit verder geweest dan de stad ’s Hertogenbosch. Je vertelt vaak dat je een echte Bossche bent en daar ben je heel stellig in; Ik ben geen Brabantse, ik ben geen Nederlander, ik ben een Bossche!

Je wereldje is écht heel klein, komen wij nu steeds meer achter, nu je een half jaar in ons leven bent.

Wij vertelden je twee weken geleden enthousiast dat we met de herfstvakantie een weekend naar Duitsland zouden gaan. Je trok wit weg en zei met een trillend stemmetje; “Ik wil niet weg uit Den Bosch.” “Ik wil niet zo ver weg van mama.”

Wij hadden ons totaal niet gerealiseerd hoe spannend dit voor jou is. Zo ver weg. Jij hebt nog niet het besef dat je in Nederland woont. Dat er zoveel plaatsen in ons land zijn. Zoveel wegen. Nee, jij kent alleen Den Bosch. Dat is jouw veilige plek.

Je vond het spannend om vrijdag in de auto te stappen. Je eerste vakantie in je achtjarig bestaan. Wij hebben verder niet meer zo de nadruk gelegd op Duitsland. We gingen fijn een stuk rijden. Dat vind je altijd leuk. Picknicken langs de snelweg. Plassen bij een tankstation. Staren naar al die auto’s en vrachtwagens onderweg. Alles is voor jou één groot avontuur.

Je vroeg wel om het kwartier hoe ver we waren, maar ik zag in je ogen dat je, ondanks de spanning, genoot van de reis.

Je genoot verder het hele weekend. Wat ondanks dat je wereldje nog zo klein is, kan jij zó intens genieten van alles. Dat ontroerd mij vaak. Je sliep er heerlijk. De laatste nacht sliep ik naast je, aangezien onze pleegzoon ook een nacht bleef slapen en wij de bedden moesten delen. Je pakte mijn hand en zei; “hier is het zo fijn.”

Lief meisje, ik hoop dat wij jouw wereld buiten Den Bosch steeds groter en minder angstig voor je kunnen maken. Dat verdien jij zo!