Leven in het nu

 


“Hoi Erma, hoe is het met je?” Weken niks van hem vernomen en de dag dat hij is vrij gekomen, belt mijn pleegzoon meteen. Jaren geleden zal ik mij er aan ergeren, maar met de jaren heb ik geleerd om de draad gelijk weer op te pakken. Er voor hem te zijn. Nu.

Dit lukt nu ook nog, omdat de reden waarom hij vast moest zitten voor ons acceptabel is. Zou hij voor zwaardere delicten moeten zitten, dan zal ik daar meer moeite mee hebben.

Maar hij leeft met de dag. Van kleins af aan al.

Soms zou ik ook wel nog meer ‘in het nu’ willen leven. Ik probeer het na vorig jaar ook steeds meer. Minder zorgen maken over de dag van morgen. Minder plannen ver vooruit.  Nu leven. Nu doen. Ik moet dan soms denken aan mijn buurvouw uit Amersfoort, zij zei jaren terug al tegen mij; “jij hebt alles altijd al zo uitgestippeld, gepland, dat hou je niet vol.” Zij had toen al gelijk.

Misschien leer je het ook wel naar mate je ouder wordt. Dat je niet alles meer mee hoeft te maken. Je zelfverzekerder wordt. Met vallen en opstaan.

Op dat vlak heb ik altijd veel bewondering gehad voor de kinderen in ons gezinshuis. Hoe zij ondanks hun heftige shit uit het verleden, konden leven in het nu. Hun overlevingsdrang. Hun doorzettingsvermogen. Vergeleken met hun, ben ik een zwakkeling. Er daarom te blijven voor hun, ondanks alles, geeft ze de mogelijkheid om te (over)leven in het nu.

Ik was op hun leeftijd al toekomstplannen aan het maken. De wereld lag aan mijn voeten. Bij hun blijft dat lastiger. Omdat ze de basis hebben gemist. Het veilige nest. Zij hebben soms ook te maken met ‘regiobinding”. Als ik morgen naar Groningen wil verhuizen, kan dat. Zij niet, omdat de gemeente daar toestemming voor moet geven. Minder vrijheid, blijheid.

Dat maakt, denk ik, dat ze meer ‘in het nu’ leven. Daarom pak ik de draad gewoon weer op met onze jongste pleegzoon. Laat ik  hem weten dat ik blij ben voor hem. Omdat hij weer een woonplek heeft, een opleiding heeft gevonden en hij weer kan gaan voetballen bij de locale club.

Onvoorwaardelijk liefde. Omdat ik hem maar iets van dat gevoel gun, dat ik had op zijn leeftijd; dat de wereld voor hem aan zijn voeten ligt en hij zijn dromen kan nastreven.

Amish spreekwoord:

‘Degene die je liefde het minst verdienen, hebben deze het hardst nodig’

Loslaten is doorgaan met liefhebben

Ik ben er veel mee bezig de afgelopen dagen, met het woord loslaten. Een woord met zoveel betekenis, zoveel verschillende emoties.

Onze jongste pleegzoon zit weer vast. Na een goede periode in Frankrijk, probeerde hij weer zijn draai te vinden in Nederland. Die grote ‘boze buitenwereld’ die veel van hem vraagt, wat hij vaak niet waar kan maken. Waarvan hij zelf niet wil inzien dat hij daarvoor hulp nodig heeft om dat aan te kunnen. Die regels, die prikkels, die verleidingen.

Hij ontmoette een meisje, kreeg verkering, was verliefd. Prachtige foto’s volgden van hun mountainbike tochten op mooie plekken in Nederland. Het verzorgen van haar honden. Ik genoot van die plaatjes. Hij straalde.

Maar hij vergat alles en iedereen om hem heen, ondanks dat zij probeerde hem aan te sporen om zijn afspraken na te komen, zijn doelen te behalen.
Waarschijnlijk werd haar ‘druk’, teveel voor hem. De hechting. Zijn gevoelens waarmee hij worstelt en zich geen raad mee weet.

Dan gaat het weer fout. Iets wat we kennen van hem. Van kleins af aan doet hij dit. Hij gaat dan dingen kapot maken. Uit boosheid, frustraties, angst. Politie heeft hem opgepakt. Er staat nog een taakstraf open, dus zit hij even vast.

En weet je, ik denk dat hij dat deels ook fijn vindt. Hoe raar het misschien mag overkomen. De regelmaat, alles wordt voor hem geregeld onder één dak. Geen grote verleidingen. Dat dit deels zijn toekomst zal worden. Gesloten.

Dat maakt dat ik hem deels aan het loslaten ben. Niet in de betekenis dat ik hem nooit meer wil zien en er niet meer voor hem wil zijn. Ik zal hem altijd opzoeken, voor zover mogelijk.

Nee, loslaten op de manier die ik las in het gedicht van Lao Tse, een Chinese wijsgeer die rond 600 voor Christus leefde;

loslaten is doorgaan met liefhebben,
het is herkennen, dat een ander het zelf moet doen
Loslaten is niet een ander willen veranderen,
maar nagaan hoe ik mezelf anders zou kunnen opstellen om
het beste aan een ander te geven.
Loslaten is niet proberen de uitkomst te regelen,
maar accepteren, dat de ander zijn eigen weg gaat.

 

Een groot hart

Een van mijn lievelingsnummers van de Dijk en de afgelopen kerstvakantie gemerkt dat mijn kleine meid ook ‘een groot hart‘ heeft.

“Wat is een geschikte leeftijd, als je zelf ook kinderen hebt, om met pleegzorg te beginnen”? Die vraag wordt mij vaak gesteld, als mensen informeren naar de mogelijkheden van pleegzorg. Lastig om daar het juiste antwoord op te geven. Elk kind is weer anders, reageert anders. Je hebt verschillende vormen van pleegzorg en elke vorm heeft een andere impact op je gezinsleven. Wij zijn zelf weer bezig voor een plaatsing van een weekendpleegkind. Wij hebben daarmee gewacht totdat onze dochter naar school ging. Met het idee dat ze dan de leeftijd heeft dat we dingen net al iets meer kunnen uitleggen en ze in staat is, om bijvoorbeeld speelgoed, te delen met een ander.

Bij ons is de situatie ook wel anders, omdat wij pleegzonen hebben die is ons leven zijn gebleven, nadat we gestopt waren met het gezinshuis. Onze dochter was toen nog niet geboren. Pleegzonen die best heftige dingen hebben meegemaakt en nog steeds meemaken. Onze dochter ‘kent’ ze dus al vanaf dat ze een baby is, maar de eerste jaren stelde ze geen vragen. De jongens waren soms een paar dagen over de vloer en ze vond het allemaal prima. Ik vond het wel mooi om te zien en te merken, dat ze vanaf kleins af aan vertrouwd was met de jongens. Ze kroop uit haarzelf op hun schoot. Gaf ze kusjes. Ze voelde aan dat het vertrouwd was, bijna eigen.

De beide jongens hebben best een heftig jaar achter de rug. Zeker onze jongste pleegzoon. Wat was het daarom extra fijn dat ze aan het einde van een bewogen jaar, bij onze kwamen logeren. De oudste wacht nog steeds op akkoord voor ‘regiobinding’, waar mijn vorige blog over ging, maar hopelijk is dit volgende week eindelijk duidelijk. Hij heeft er inmiddels zelf voor gezorgd, dat hij weer een baan heeft. Hij heeft tijdelijk een kamer en we gaan er vanuit dat hij dit jaar naar het zuiden kan verhuizen en weer een eigen woonplek krijgt.

Onze jongste pleegzoon kwam vanuit Frankrijk een paar dagen langs. Hij blijft boos op van alles en iedereen. ‘Schopt’ tegen alle regels aan die hem worden opgelegd, maar wat ‘groeit’ hij daar in Frankrijk op een positieve manier, ook al ziet hij dit zelf niet zo. De grootste winst is dat hij weer in een gezin opgroeit. Het maakt hem van een ‘institutie kind’ weer een sociaal persoon. Hij praatte volop. Wilde spelletjes doen. Genoot van uitstapjes buiten de deur. Knuffelde volop. Verzorgd zichzelf. Wat een verschil met een jaar geleden. Voor nu was het goed, al blijft bij hem de grote zorg hoe zijn toekomst gaat verlopen.

Nu onze dochter bijna zes is, komen de vragen. Ze is dol op beide jongens. Noemt ze trots haar pleegbroers, maar hoort en ziet ook hun zorgen en verdriet. Soms vind ik het lastig, is het niet al teveel wat in haar hoofdje omgaat? Vorige week zal ze naast mij een tekening te maken. Opeens hoorde ik gesnik. “Mama, moest K. vroeger ook vaak huilen?” “Als ik denk aan dat ik jou nooit meer zou zien, dan moet ik huilen.” We praten er regelmatig met haar over. Ze zegt blij te zijn, dat er papa’s en mama’s zijn, die andere kinderen een huis kunnen geven.

Wij hopen haar op deze manier mee te kunnen geven, dat niet elk kind het getroffen heeft in Nederland. Dat ze via pleegzorg een steeds ‘groter hart’ krijgt. Stapje voor stapje.