mooiste hulpvorm

Naast mijn werk als order manager, ben ik ook werkzaam als auditor voor gezinshuis.com. Aangezien ik zelf gezinshuisouder ben geweest, ben ik blij om op deze wijze een kleine bijdrage te leveren aan, naar mijn mening, de mooiste hulpvorm voor veel kinderen.

Zo reed ik afgelopen woensdag naar Zeeland.  Wanneer ik aanbel bij een gezinshuis denk ik vaak in een flits aan mijn eigen gezinshuis periode. Weer een vreemde aan je eigen keukentafel. Elk gezinshuis is uniek en dat moet vooral ook zo blijven. Je moet wel een beetje ‘gek’ zijn om dit werk te kunnen doen. Dan heb je vrijheid nodig om het in grote lijnen op je eigen wijze te kunnen doen. Maar ik miste in mijn eigen gezinshuis wel een aantal richtlijnen/kaders. Daarom ben ik blij dat nu veel gezinshuizen bezig zijn met het keurmerk. Ik kom als auditor kijken of hun werkwijze zo transparant mogelijk is en de veiligheid van de geplaatste jongeren en hun netwerk gewaarborgd is. Daarnaast of de gezinshuisouders er alles aan doen om hun werk zo professioneel mogelijk uit te voeren.

Maar ik kom bovenal graag aan die keukentafel zitten om te luisteren naar al die bijzondere mensen die dit werk doen. Met zoveel liefde en passie zorgen zij voor velen kinderen die anders in een leefgroep hadden moeten opgroeien, terwijl ze eigenlijk prima in een gezin kunnen opgroeien. Maar helaas stond hun wieg in een huis bij een vader en een moeder die eigenlijk geen vader of moeder kunnen zijn voor hun. Trots laten ze vaak het gezinshuis zien. Vertellen ze trieste verhalen over ‘hun’ kinderen, maar zeker ook de mooie momenten die ze samen beleven. Dat kleine stapjes vooruit in de ontwikkeling van de kinderen voldoening geeft in het werk. Dat het soms ook best heftig is en bij veel gezinshuisouders de valkuil bestaat dat ze niet genoeg tijd nemen voor hun eigen vitaliteit. Ik weet uit eigen ervaring dat een vrij weekend op z’n tijd, een vakantieperiode zonder de kinderen heel belangrijk is, anders trek je het niet. Omdat werk en privé in deze baan altijd door elkaar heen lopen.

Zo genoot ik afgelopen woensdag van de passie en liefde waarmee de gezinshuisouders vertelden over de kinderen. Zag ik dat de kinderen het daar goed hadden. Dat ze weer kind kunnen en mogen zijn. Tevreden reed ik na de audit weer terug naar het Brabantse land. Dankbaar dat deze kinderen weer een thuis hebben. Schitterend!

Een groot hart

Een van mijn lievelingsnummers van de Dijk en de afgelopen kerstvakantie gemerkt dat mijn kleine meid ook ‘een groot hart‘ heeft.

“Wat is een geschikte leeftijd, als je zelf ook kinderen hebt, om met pleegzorg te beginnen”? Die vraag wordt mij vaak gesteld, als mensen informeren naar de mogelijkheden van pleegzorg. Lastig om daar het juiste antwoord op te geven. Elk kind is weer anders, reageert anders. Je hebt verschillende vormen van pleegzorg en elke vorm heeft een andere impact op je gezinsleven. Wij zijn zelf weer bezig voor een plaatsing van een weekendpleegkind. Wij hebben daarmee gewacht totdat onze dochter naar school ging. Met het idee dat ze dan de leeftijd heeft dat we dingen net al iets meer kunnen uitleggen en ze in staat is, om bijvoorbeeld speelgoed, te delen met een ander.

Bij ons is de situatie ook wel anders, omdat wij pleegzonen hebben die is ons leven zijn gebleven, nadat we gestopt waren met het gezinshuis. Onze dochter was toen nog niet geboren. Pleegzonen die best heftige dingen hebben meegemaakt en nog steeds meemaken. Onze dochter ‘kent’ ze dus al vanaf dat ze een baby is, maar de eerste jaren stelde ze geen vragen. De jongens waren soms een paar dagen over de vloer en ze vond het allemaal prima. Ik vond het wel mooi om te zien en te merken, dat ze vanaf kleins af aan vertrouwd was met de jongens. Ze kroop uit haarzelf op hun schoot. Gaf ze kusjes. Ze voelde aan dat het vertrouwd was, bijna eigen.

De beide jongens hebben best een heftig jaar achter de rug. Zeker onze jongste pleegzoon. Wat was het daarom extra fijn dat ze aan het einde van een bewogen jaar, bij onze kwamen logeren. De oudste wacht nog steeds op akkoord voor ‘regiobinding’, waar mijn vorige blog over ging, maar hopelijk is dit volgende week eindelijk duidelijk. Hij heeft er inmiddels zelf voor gezorgd, dat hij weer een baan heeft. Hij heeft tijdelijk een kamer en we gaan er vanuit dat hij dit jaar naar het zuiden kan verhuizen en weer een eigen woonplek krijgt.

Onze jongste pleegzoon kwam vanuit Frankrijk een paar dagen langs. Hij blijft boos op van alles en iedereen. ‘Schopt’ tegen alle regels aan die hem worden opgelegd, maar wat ‘groeit’ hij daar in Frankrijk op een positieve manier, ook al ziet hij dit zelf niet zo. De grootste winst is dat hij weer in een gezin opgroeit. Het maakt hem van een ‘institutie kind’ weer een sociaal persoon. Hij praatte volop. Wilde spelletjes doen. Genoot van uitstapjes buiten de deur. Knuffelde volop. Verzorgd zichzelf. Wat een verschil met een jaar geleden. Voor nu was het goed, al blijft bij hem de grote zorg hoe zijn toekomst gaat verlopen.

Nu onze dochter bijna zes is, komen de vragen. Ze is dol op beide jongens. Noemt ze trots haar pleegbroers, maar hoort en ziet ook hun zorgen en verdriet. Soms vind ik het lastig, is het niet al teveel wat in haar hoofdje omgaat? Vorige week zal ze naast mij een tekening te maken. Opeens hoorde ik gesnik. “Mama, moest K. vroeger ook vaak huilen?” “Als ik denk aan dat ik jou nooit meer zou zien, dan moet ik huilen.” We praten er regelmatig met haar over. Ze zegt blij te zijn, dat er papa’s en mama’s zijn, die andere kinderen een huis kunnen geven.

Wij hopen haar op deze manier mee te kunnen geven, dat niet elk kind het getroffen heeft in Nederland. Dat ze via pleegzorg een steeds ‘groter hart’ krijgt. Stapje voor stapje.

 

Met kerstfeest hoor je blij te zijn….

Met kerstfeest hoor je blij te zijn…
Dan is het altijd feest….

(lied Danny de Munck)

Helaas geldt dit niet voor iedereen. Een ieder kan voor zichzelf wel invullen hoe zijn/haar jaar verlopen is.
Rond dit soort dagen, waarin wij overspoeld worden met reclames van gelukkige families aan lange tafels, cadeautjes geven, denk ik vaak extra aan kinderen zonder familie. Kinderen in instellingen. Vluchtelingen zonder huis en haard. Mensen in ziekenhuizen. Eenzame ouderen. Mensen die een dierbare moeten missen.

Wat laten we ons toch meeslepen door reclames, moet het allemaal extra gezellig zijn rond deze dagen. Toen mijn moeder vorig jaar rond deze tijd aan bed gekluisterd was en ik zo slecht in mijn vel zat, had ik zelf ook last van al die ‘blije reclames’, vrolijke muziek en gezellige foto’s op Facebook. Realiseerde ik mij toen, dat voor veel mensen de decembermaand elk jaar klote is.

Wat willen we nu eigenlijk vieren met deze dagen? Dat we gezond en gelukkig zijn? Dat we leven in een vrij land? Dat wij bij onze familie en vrienden kunnen zijn? Ik blijf die saamhorigheid soms missen in onze maatschappij. Er heerst angst. We klagen over veel dingen. Niks lijkt meer goed. We roepen dat we er voor elkaar willen zijn, maar in de praktijk hebben we vaak geen tijd. Druk met onszelf. Weten we niet altijd waar we kunnen helpen, of hoe we dat moeten doen. Vinden we het misschien ook wel een beetje eng, die andere huidskleur, die andere cultuur.

Ik soms ook. Toch probeer ik in mijn naaste omgeving er voor die ander te zijn. Ben ik blij dat onze pleegzonen rond deze dagen bij ons over de vloer kunnen komen. Ben ik trots op een vriendin die kookt voor asielzoekers. Iemand anders die muziek gaat maken voor bejaarden. Kleine dingen die we kunnen doen voor mensen in onze naaste omgeving. Zodat het voor zo iemand soms  ook een ‘klein feestje’ is.

De liefste mensen,

Om mee te praten. Om mee te doen. Om voor te te doen. Om voor te kopen. Om aan te raken en te raken. Om aan te geven. Om om te geven. Om van te krijgen. Om voor te zijn. Om mee te zijn en te zijn.

Fijn dat ze in ons leven zijn!