onmacht en verdriet

Beste wethouder zorg,

Ik fiets jankend van verdriet en boosheid vandaag naar huis, na een overleg over onze pleegdochter. Ik wil u graag uitleggen waarom.

Wij kennen haar nu een half jaar en vanaf het begin maken wij ons zorgen over de woonsituatie van haar en haar moeder. Een plek waar veel mensen wonen met diverse problemen. Ook deze groep mensen verdienen een huis. Maar niet om te dealen, te dreigen, ’s nachts te leven en overdag te slapen. Prima als u deze mensen bij elkaar wilt zetten, maar laat daar geen kind van acht jaar oud tussen wonen. Zij wordt vaak midden in de nacht wakker, omdat de politie weer in het complex is.

Natuurlijk belt moeder een paar keer per week naar de politie. Klaagt ze bij de huismeester, de woningbouwcorporatie. Hebben wij met diverse partijen urgentie aangevraagd, maar wachten nu al negen weken op antwoord…..wij bellen, maar krijgen telkens de voicemail….niemand belt terug.

Dat stemt mij verdrietig. Het uitzichtloze van deze moeder. Zij doet haar best om hun kamer, waarin ze moeten eten, slapen, leven, nog enigszins gezellig te maken. Ze doet haar best om haar dochtertje veilig te laten voelen, maar hoe moeilijk is dat, als  jezelf ook steeds angstiger wordt in je eigen kamer?

De boosheid vanochtend na het overleg, waar ik hoor dat er ‘randvoorwaarden’ gesteld worden om hulp aan huis te kunnen bieden. Zo’n randvoorwaarde is een veilige thuissituatie. Dus gaan wij als gemeente dan geen zorg bieden, terwijl dezelfde gemeente verantwoordelijk is voor veiligheid en zorg?!

Dat is toch krom wethouder, of ben ik nou zo dom om dit te begrijpen?

Waar is het wachten op? Dat moeder het niet meer trekt en het kind uit huis geplaatst moet worden? Willen wij dat als gemeente?

Vrijdag komt onze pleegdochter. Vangen wij haar met alle liefde het weekend weer op. Eigenlijk moet moeder dan tot rust komen, maar dit lukt haast niet meer, door alle stress en verdriet.

Misschien hoort u veel van dit soort verhalen? Ik hoop het eigenlijk niet. Maar het moet écht anders geregeld worden. Het liefst nog dit jaar, maar anders zeker volgend jaar.

Groet van een bezorgde pleegmoeder.

Vragen waar ik niet altijd een eerlijk antwoord op heb

Je kwam stil binnen afgelopen vrijdag. Je mama vertelde, dat je deze keer er tegenop zag om naar ons toe te gaan. Je gezichtje was wit en je ogen stonden triest.

Ik gaf je een dikke knuffel en we gingen samen bakken in de keuken. Even wat afleiding. Maar je bleef stiller dan normaal.

Tijdens het avondeten vroeg je of je mij op de gang iets mocht vertellen. Dit vraag je vaker, als je iets moeilijk vindt om te vertellen of te vragen. Je ging op de trap zitten en toen brak je. “Waarom kan ik niet altijd bij mijn mama zijn?” “Waarom moet ik soms hier naar toe, ik wil ook gewoon zijn.” “Waarom heb ik geen opa en oma?”.  Je was zo verdrietig en ik met een mond vol tanden. Want wat antwoord ik tegen zo’n verdrietig meisje, in een lichaam van een achtjarige, maar in haar belevingswereld hooguit drie jaar oud?

Ik nam je op schoot en gaf je een dikke knuffel en ik vertelde je dat je ook gewoon bent, op jouw manier. Maar je bleef herhalen dat je ook familie wilt hebben en een gewoon huis en niet met een taxi naar school gebracht wil worden.

Diep van binnen wilde ik graag tegen je zeggen dat ik je dit alles ook zo gun, maar dat je moeder door haar verleden weinig familie heeft. Zij ook niet altijd in staat is om je dat te geven, wat jij nodig hebt; rust, regelmaat, een zo normaal mogelijk leven. Dat is wat ik je zó gun.

Ik vertelde je waarom wij zo blij zijn, dat je in de weekenden bij ons komt. Dat wij zo moeten lachen om jouw grappen. Jij je als de beste kan verstoppen. Jij de mooiste liedjes kan zingen.

Zo bleven we nog even samen op de trap zitten. Ik bleef je knuffelen en kusjes geven en gelukkig werd je langzaam aan weer rustiger.

Na een goede nachtrust werd je zaterdag gelukkig vrolijk wakker en was je de rest van het weekend dat leuke, lieve, vrolijke meisje.

Alleen knuffelde wij je dit weekend wat vaker dan normaal. Dat is wat wij als weekendpleegouders tenminste kunnen doen. Jouw het gevoel geven dat je welkom bent en dat je gewoon bent.

 

 

 

Wil jij het overwegen?

Het is deze week ‘de week van de pleegzorg’. Deze week staan pleeggezinnen en pleegkinderen extra in de aandacht. Dat is hard nodig, want teveel kinderen in Nederland staat op een wachtlijst.

Ik kan het blijven herhalen hoe bijzonder, intensief, leerzaam, mooi pleegzorg kan zijn. Het kan je leven écht verrijken. In welke vorm dan ook. Een middag in de week, een weekend per maand, crisis. Onderzoek eens of er een vorm is die bij jou past.

Dit alles maar met één doel; een kind extra aandacht en liefde geven, een thuis. Het besef dat ze er mogen zijn.

Onderstaand gedicht beschrijft voor mij precies dat wat pleegzorg kan betekenen voor een kind:

Klei

Wij jeugdzorgkinderen zijn klompjes klei
Je kan ons tot alles vormen
De wereld ligt voor ons open
Wij kunnen alles worden
Een liefdevolle vader,
Een geniale neuroloog
Een profvoetballer
Misschien wel psycholoog
(…. Maar waarschijnlijk niet)
Zolang de klei nat is
Valt veel terug te draaien
Wacht je te lang
Dan zijn we kurkdroog
Als er goed voor ons wordt gezorgd
Dan worden wij prachtige beeldjes
Het mooiste kunstwerk in een galerij
Maar zonder aandacht
Zonder compassie
Drogen we uit, en verharden wij