Goud

jongste pleegzoon 2005

Vaak schrijf ik een blog als ik verdrietig ben of mij zorgen maak om één van de pleegzonen. Maar als het een periode goed gaat, ze lekker in hun vel zitten, is dat juist ook een reden om een stukje te schrijven. Om lezers mee te geven, dat er gelukkig ook hele mooie momenten zitten aan het pleegouderschap.

Zoals de afgelopen maanden. Onze oudste pleegzoon sluit het jaar mooi af. Hij zei het zelf laatst ook: ‘Het voelt of het na een paar jaar aanrommelen, nu allemaal een beetje op zijn plaats valt.” “Ik weet wat ik wil en kan.” Hij heeft zelf voor nieuwe woonruimte gezorgd. Heeft een baan en heeft het aanbod gehad om via een betaalde opleiding zich verder te ontwikkelen in dat vak. Hij heeft samen met zijn bewindvoerder een verzoek ingediend bij de rechtbank om zelf zijn financiën weer te gaan beheren.

Wat ben ik dan trots op hem als ik hem vorige week zie op zijn verjaardag. Hij verteld het allemaal heel nuchter, met gelukkig ook veel humor over hoe hij het zelf allemaal vindt gaan. Maar wat ben ik trots op hem en wat denk ik dan vaak aan al die hulpverleners die in het verleden zoveel twijfel hadden over zijn toekomst, zijn mogelijkheden. Maar met vallen en opstaan en er altijd via de zijlijn voor hem te blijven, is hij geworden wie hij nu is. Goud!

Onze jongste pleegzoon had een heftig begin van het jaar, avonturen die uiteindelijk eindigde in de gevangenis omdat hij nog een taakstraf had openstaan. Die twee weken waren een wijze les voor hem. Sindsdien lijkt hij het ‘licht gezien te hebben.’ Ook heeft hij het geluk gehad dat er een groepsleidster was, die in hem is blijven geloven. Zij is in het noorden van het land een nieuwe hulpvorm gestart en zij gunde hem een soort ‘laatste kans’. Hij is weg uit de omgeving van verleidingen en foute vrienden. Hij woont er nu een half jaar en het gaat goed. Hij werkt, heeft een vriendin, en zit weer op voetballen.

Een heerlijke nuchtere leiding, waar wij ons wel in herkennen met onze Achterhoekse roots. ‘Niet lullen, maar poetsen’ en ‘afspraak is afspraak’. Dat heeft hij nodig en dat krijgt hij nu gelukkig na een lange zoektocht. Onze zorgen over zijn toekomst blijven er. Hoe zijn leven is verlopen wens je je ergste vijand nog niet toe. Maar anderzijds heb ik zoveel respect voor hoe hij in het leven staat. Hoop ik dat hij het volhoudt, om na elke ‘val’, weer op te krabbelen. Wij zullen hem in ieder geval altijd blijven opvangen als hij valt. Hij verdient goud!

Er is ook weer contact via de mail met een andere jongen uit de tijd van het gezinshuis. In het nieuwe jaar hoop ik hem ook weer eens te ontmoeten. Die jaren in het gezinshuis, waren jaren met een gouden randje.

2018 zal ons vast weer mooie, nieuwe, avonturen brengen wat betreft het pleegouderschap met ook een nieuw weekendpleegkind.

Daarnaast blijf ik ze volgen, onze jongens, met bewondering!

 

Wil jij het overwegen?

Het gedicht van Hans Andreus kom ik elke dag tegen. Het hangt in ons huis.

Je bent zo
mooi
anders dan ik,
natuurlijk
niet meer of
minder
maar
zo mooi anders,
ik zou je
nooit
anders dan
anders willen.

Dit gedicht las ik in een psychiatrische inrichting, waar ik met een van de kinderen geregeld kwam, in de periode van het gezinshuis. Het sprak mij gelijk erg aan. Het maakt niet uit welke kleur, beperking, stoornis je hebt. In ieder mens zitten vele talenten, kleuren, krachten en positiviteit. Het is maar wie dit alles in je opmerkt en je met inzicht aarzelend begeleidt.

Het geeft voor mij ook een mooie samenvatting over wat pleegzorg inhoud. Een kind een kans geven, elke keer weer opnieuw. De deur voor ze openzetten en ze een steuntje in de rug geven. Met vallen en opstaan.

Onze beiden pleegzonen zijn inmiddels volwassen. Ze maken in grote lijnen hun eigen keuzes. De een heeft nog veel meer steun nodig dan de ander, maar ze moeten het grootste portie nu zelf doen. Wij staan nu meer aan de ‘zijlijn’. Ze weten ons te vinden voor vragen, steun en soms een luisterend oor. Ze schuiven aan voor een warme maaltijd. We vieren de verjaardagen en feestdagen. Als de nood hoog is, is het contact weer even heel intens. Maar soms zien we elkaar ook zo een maand niet. Maar we blijven er voor ze en dat weten ze.

Wij wachten momenteel op de plaatsing van een nieuw weekendpleegkind. Deze week is de “week van pleegzorg”. Met de jaarlijkse actieweek vraagt Pleegzorg Nederland aandacht voor het belang van pleegzorg. Op dit moment zijn er in Nederland ruim 19.000 pleegkinderen. Pleegouders zijn van onschatbare waarde én heel hard nodig, voor de pleegkinderen van nu maar ook die van de toekomst. Het afgelopen jaar was de instroom van nieuwe pleegouders voor het eerst lager dan de uitstroom waardoor een groot tekort dreigt. Het doel is daarom om dit jaar 3500 nieuwe pleegouders te werven.

Mocht je dit lezen, dan vraag ik het je te overwegen. In welke vorm dan ook, om pleegouder te worden. Gezinshuisouder en later pleegouder heeft mij zoveel gebracht de afgelopen jaren.

Allereerst liefde voor een ander kind. Zo mooi om te ervaren dat dit kan. Mijn relativeringsvermogen is er zo op vooruit gegaan. Om je eigen kind op deze wijze van dichtbij mee te geven dat niet elk kind het getroffen heeft in Nederland. Maar bovenal om veel plezier te maken, avonturen te beleven en bijzondere momenten mee te geven aan een kind die het soms gewoon zo klote heeft. Hem of haar op deze manier weer het ‘kind zijn’ terug te geven. Of dat nou dagelijks is, in een weekend, in crisis of een middag in de maand, dat maakt niet uit. Elke vorm van pleegzorg is mogelijk.

Ik verheug mij erop om binnenkort weer een nieuw kind welkom te heten in ons huis.
Hopelijk ga jij het ook overwegen. Dank je wel!

(T)huis

De afgelopen weken reed ik weer door het hele land voor audits bij verschillende gezinshuizen. Zeeland, Gelderland, Noord-Brabant en Zuid-Holland. Overal staan ze, onopvallend tussen andere huizen in een straat. Ook achter de voordeur merk je vaak niet gelijk dat dit toch een ander (t)huis is. Foto’s van kinderen hangen aan de muur. Tekeningen zijn op de koelkast geplakt. Speelgoed in de hoek. De hond in de mand.

Ik ga aan de keukentafel zitten en pak mijn ordners erbij en denk elke audit weer; ik ga nu ‘beoordelen’ of deze gezinshuisouders het ‘goed doen’. Goed? Het is fantastisch, formidabel, buitengewoon en té gek wat deze mensen doen. 24 uur per dag, zeven dagen in de week.

Afgelopen week was ik bij een gezinshuisouder wie privé een erg heftig jaar achter de rug had. Ik luisterde ademloos naar deze vrouw. Want ondanks alle shit had zij één doel voor ogen, haar gezinshuis zou blijven bestaan. Zoveel liefde voor andermans kinderen. Zo’n groot hart. “Hoe houdt je je staande?”, vroeg ik haar. “Ik houd mij groot als de kinderen om mij heen zijn.” ” ’s avonds als ze op bed liggen, komen soms de tranen.” Net als een ‘normale’ mama, dacht ik ontroerd op de terugweg in de auto.

Maar een gezinshuis is ook een bedrijf. Ze hebben te maken met budgetten, jaarplannen, evaluaties en nu dus ook een keurmerk. Kwaliteit voor andermans kinderen. Dat gaat best ver. Speeltoestellen in de tuin moeten gekeurd zijn. Protocollen moeten ingevoerd worden. Ontruimingsoefeningen moeten ingepland worden. Klachten, signalen moeten beschreven worden volgens een PlanDoCheckAct model.

Gezinshuisouders hebben soms moeite met het woord ‘bedrijf’. Ik snap dat. Natuurlijk is het keurmerk van belang. Er wonen andermans kinderen in je huis en dan moeten bepaalde zaken goed geregeld zijn. Maar de kracht van deze bedrijfstak is wel het gezin, het normale leven. Die vrijheid moeten we de gezinshuisouders blijven geven. Dan blijven ze in staat om deze mooie hulpvorm te blijven runnen. Het bieden van een thuis is namelijk hun grootste kwaliteit.

Ik help ze daarom graag tijdens de interne audit om adviezen te geven. Om de puntjes op de i zetten voor bepaalde onderdelen van het keurmerk. Als ik dan de deur uit ben, hoop ik altijd dat die keukentafel weer snel gebruikt wordt, daar waar hij eigenlijk voor bedoeld is. Voor het gezin een plek om spelletjes aan te doen, een kopje thee te drinken na school, gezamenlijke maaltijden, mooie gesprekken. Een gezin aan tafel. Een thuis.

  Alsof je een plek bereikt, om je heen kijkt en weet dat je thuis bent

                                  Alsof je dit al kende, voordat je het zag, er geweest was voordat je er zou komen

Zo thuis.

 (Kees Spiering)