de hechting werd groter

Wat vlogen de eerste maanden voorbij, toen wij gestart waren met het gezinshuis. Na een half jaar begon ik mijn draai te vinden in het runnen van een huishouding met vier opgroeiende jongens. De jongens voelden zich steeds meer thuis en daarbij kwam ook hun ‘ware aard’ naar boven. Het waren vier hele verschillende jongens. Wisselende woonplekken, het hebben van een voogd en het opgroeien binnen een instelling hadden ze gemeen.

De oudste was al echt aan het puberen. Zocht al snel zijn grenzen op. Het begon onschuldig. Vaker een grote mond, kamer niet willen opruimen. Liegen over waar hij geweest was. Anderzijds deed hij erg zijn best. Hij genoot zo van het wonen in een gezin. Hij was zo klaar met het wonen in een leefgroep, wilde dit zo graag. Maar hij bleef contact leggen met ‘foute vrienden’ die ook deels op het terrein woonde. Op een avond was hij weer weggelopen met een aantal jongeren van een leefgroep. Je eerste reactie is toch zorg; Wat zijn ze aan het doen? Waar zijn ze heen? Maar in de loop van de avond raak je ook geïrriteerd. Het werd later en later. We zijn maar naar bed gegaan, maar echt slapen lukt natuurlijk niet. Ik zat maar te bedenken hoe ik dit ging aanpakken als hij weer terug zou komen.

Ik ben blijkbaar in slaap gedommeld, want toen ik wakker werd hoorde ik gestommel beneden. Ik ging kijken. Hij was thuisgekomen en mijn man had al een oplossing bedacht hoe hem duidelijk te maken dat steeds weglopen niet verstandig is. Zijn matras lag in een andere kamer van het huis. “Blijkbaar vind jij je eigen slaapkamer niet fijn en wil je hier eigenlijk niet eens slapen omdat je steeds wegloopt. Ga hier maar eens een week nadenken of je nog wel bij ons wilt blijven wonen. Welterusten”. Deze directe, nuchtere aanpak heeft vaak tot verrassende gedragsveranderingen geleid. Misschien niet altijd even pedagogisch verantwoord. Vaak op intuïtie en gevoel gehandeld, maar het werkte wel bij deze jongeren. De oudste is nooit meer een nacht op pad geweest en was zo blij als een klein kind dat hij na een week naar zijn eigen kamer terug mocht.

Over de tweede jongen heb ik recent nog een blog geschreven. Hij was meer op zichzelf. Met hem hadden we aanvaringen die mede werden veroorzaakt door zijn koppigheid en zijn manier van communiceren. Hij kon mensen door zijn directe, soms lompe manier van praten, in verlegenheid brengen. Hij had dit zelf niet altijd door. Hij kon bij een schoolarts, waar ik bij was, rustig in detail vertellen hoe ver zijn lichamelijke ontwikkelingen waren. Zonder schaamte of schroom. Bij een schoolavond over vervolgopleidingen vertelde een decaan dat interesses, hobby’s of beroepen soms van vader op zoon kunnen over gaan. Hij kon dan rustig in een volle aula zo’n man confronteren met het feit dat hij niet wist wie zijn vader was. Empathie was ver te zoeken bij hem. Daarom moest ik vaak op school , stageplekken, bijbaantjes en de sportclub in gesprek met deze en gene om hem nog een kans te geven. Vaak omdat men hem arrogant of brutaal vond over komen. Als ik uitlegde waar dit vandaan kwam en hoe hiermee om te gaan, kreeg hij nog een kans. Het ging steeds beter in de omgang met mensen. Deels omdat mijn man en ik binnen het gezin onze emoties ook gewoon lieten zien en uitspraken naar elkaar en dus ook naar hem. Zo leerde hij ook stapje voor stapje om zijn emoties te laten zien en gevoel te tonen. Wat was ik blij toen hij voor het eerst huilde bij ons.

De derde jongen was een temperamentvolle jongen. Als hij aan zag komen dat hij een spelletje ging verliezen, dan was het huis te klein. Boos dat hij dan kon worden. Ook extreem koppig. Na een extreme woedeaanval zei ik tegen hem dat hij buiten maar eens moest gaan afkoelen. Hij vond het onzin, maar ging uiteindelijk met grof taalgebruik naar buiten. Ik vertikte het dan om de eerste stap te zetten. Hij was brutaal geweest, had mij uitgescholden. Hij kon de eerste stap zetten voor een gesprek, voor excuses. Maar dat konden deze jongens moeilijk. Ik merkte dat ze in een leefgroep vaak na een incident straf kregen door naar hun kamer te worden gestuurd voor een bepaalde tijd. Daarna werden ze weer opgehaald en werd erover gepraat.

Mijn man en ik leerden ze zelf die eerste stap te gaan zetten als ze brutaal geweest waren. Om sorry te zeggen en zelf te beginnen over de situatie. Dat resulteerde er wel in dat ze de eerste maanden soms uren buiten bleven of soms een hele dag op hun kamer. Hij dus ook. Uren bleef hij rond het huis lopen en zitten.  Hij vertikte het om naar binnen te komen. Ik begon met koken, het werd schemerig. Uiteindelijk kwam hij weer naar binnen. Zacht mompelend kwam er iets over zijn lippen wat op ‘sorry’ leek. Bij alle vier hebben we op dit vlak grote sprongen vooruit geboekt. Leer te praten over de fouten die je gemaakt hebt. Leer sorry te zeggen. Niet om er vanaf te zijn, maar gemeend. Toon begrip en respect naar een ander.

Zoveel werd er voor ze op leefgroepen geregeld en beslist. Wij wilden ze leren zelf dingen uit te zoeken en te regelen. Dat maakte dat ze wel eens vloekend thuis kwamen met een lekke band. Op een leefgroep werden ze dan opgepikt. Ik deed dat niet. Ze konden prima een stukje lopen. Zoek maar uit hoe laat je trein vertrekt. “Weet je het zeker?” “Jaaaaa!!” Oké, zaten een uur te vroeg op het station. Eigen schuld. Iets bewust kapot maken in huis? Even geen zakgeld.

Over de jongste heb ik al vele blogs geschreven. Hij moest het meeste leren binnen dit gezin. Van shampoo in je haar doen als je onder de douche staat, tot het eten met een vork. Over hem had ik de meeste slapeloze nachten. Mijn man en ik handelden ook bij hem vaak op ons gevoel. Onder de douche bij een woedeaanval, waar hij maar niet uitkwam. Uren heeft hij aan de eettafel gezeten, omdat wij de waarheid uit zijn mond wilde horen komen over de brand die hij gesticht had op de lagere school. Bij hem merkten we steeds vaker dat naast onze nuchtere, directe aanpak ook professionele hulp noodzakelijk was. En ondanks de buien, die bij de jongste twee jongens best heftig waren op z’n tijd, het pubergedrag en de conflicten, hebben we ook vele mooie en gave momenten met zijn zessen beleefd. Zoveel mogelijk als een normaal gezin. Sinterklaas, oud&nieuw, verjaardagen en vakanties. Hier schrijf ik een nieuw blog over.

Waarom het boek “Geboren in ons hart” uitgegeven?

Toen ik was begonnen als gezinshuisouder merkte ik al snel dat ik bepaalde emoties, twijfels en boosheid kwijt moest. Soms hadden ze betrekking op de kinderen of op hun netwerk. Soms op de werkgever en vaak ook op de totaal nieuwe werk- en woonomgeving waarin ik was beland. In een korte tijd krijg je als gezinshuisouder veel informatie te verwerken. Informatie waar vaak ook emotie om de hoek komt kijken. Veel info kon ik zakelijk aanpakken en oplossen. Maar je ontkomt er niet aan dat bepaalde problemen omtrent de kinderen en hun netwerk, hard binnen komt. Emoties die je niet altijd kan onderdrukken.

Daarom ben ik begonnen met schrijven. Vaak kattebelletjes, aantekeningen of losse flodders. Op die momenten dat ik het even zwaar vond. Als er verdriet of boosheid omtrent de kinderen op de loer lag, kon ik het op het ‘moment suprême’ wel wegslikken of onderdrukken. Maar je moet het daarna wel kwijt. Anders houd je dit werk niet vol. Gelukkig konden mijn man en ik veel emoties bij elkaar kwijt. Met gelukkig vaak ook een flinke dosis nuchtere humor. Maar bepaalde emoties kon ik het beste kwijt op papier. Letterlijk van je afschrijven. Vaak ’s avonds laat, als de kinderen op bed lagen. Kon ik met een leeg hoofd gaan slapen.

Toen wij gingen stoppen met het gezinshuis, had ik door de jaren heen schriften vol geschreven. Een mooie herinnering voor mijzelf dacht ik. Maar toen meer mensen en collega’s op de hoogte waren van deze aantekeningen, werd mij aan verschillende kanten gevraagd of ik het niet wilde uitgeven. Nee, was mijn eerste reactie. Ik vond het te persoonlijk. Vooral richting de kinderen. Maar ik werd er wel door aan het denken gezet. Ik was zelf op zoek gegaan naar leesvoer over gezinshuizen toen ik in het sollicitatietraject zat. Dat vond ik amper. Terwijl het wel een groeiende hulpvorm is binnen jeugdzorg. Ervaringen uit de praktijk. In ‘Jip en Janneke’ taal. Zal ik dan toch? Maar pfff..een boek uitgeven, wat komt er allemaal wel niet bij kijken?

Een titel had ik al wel snel. Ooit bij de BBC een serie gezien over adoptie. Een moeder legde daar haar dochter uit dat ze niet in haar buik was geboren, maar in haar hart. Pats boem. Deze vier woorden omvatten voor mij alles wat pleegzorg is. Een kind een plekje geven in je hart. Veel kinderen in Nederland verdienen dit.

Maar toch bleef het knagen bij mij. Wil ik dit echt met de grote buitenwereld delen? Ik ging er met de kinderen over in gesprek. Zij wisten niet van deze schriften vol. Uiteindelijk hebben zij mij over de streep getrokken. “Erma, op deze manier hebben wij iets op papier over een aantal jaren uit ons leven”. “Wij hebben al zo weinig uit onze jeugd”. “Dit is een mooie herinnering”.

Toen ging het rap. Uitgever zoeken. Maandenlang van alle kattebelletjes, aantekeningen een verhaal, een dagboek maken. Een van de pleegjongens heeft een tekening gemaakt naar aanleiding van de titel. Deze tekening is gebruikt voor de kaft van het boek. Bloed, zweet en tranen heeft het gekost. Maar wat ben en blijf ik trots op dit boek. Vooral mede mogelijk gemaakt door vier prachtige jongens.

Passage uit het boek;
Gisteren de oma van Sjoerd aan de lijn. Zijn moeder is er slecht aan toe. Ze weegt nog maar drieëndertig kilo, heeft longontsteking, haaruitval. Ze is zwaar naar de kloten zeg maar. Ze ligt in Amsterdam. Ze krijgt weer vanuit alle kanten hulp. Kan ze de drugs links laten liggen? Komt die inkeer nu eindelijk eens een keer? Bidden en hopen dat Sjoerd zijn moeder geen ernstige ziekte onder de leden heeft. Een kind van tien, dat zijn moeder nooit echt goed om zich heen gehad heeft. Het zal toch niet zo zijn, dat hij nu definitief afscheid moet gaan nemen van een mama die eigenlijk nooit een mama voor hem is geweest. Kan dat kleine ventje dat wel aan? Alsjeblieft nog niet! Soms denk ik ook wel eens: Ga naar mens! Als je jezelf zo naar de klote hebt geholpen met je lichaam, ga maar! Laat je familie met rust en zeker Sjoerd die om dit alles niet gevraagd heeft. Die verdriet en boosheid in zich heeft, elke dag weer! Waar hij zich soms helemaal geen raad mee weet. Ga dan maar! Het blijft echter ook maar een mens met een klote verslaving. Waar ze nu bijna aan ten onder gaat.

Interesse in het boek? stuur een mail naar erma@tigelaar.net

Eindelijk een plek voor zichzelf

Vele blogs gingen over onze jongste pleegzoon. Maar we hebben nog een jongen rondlopen waar we heel trots op zijn. Wie ik net aan de telefoon had en wie trots vertelde dat hij eindelijk een plek helemaal voor zichzelf gaat krijgen. Nooit meer een badkamer, WC of woonkamer te hoeven delen.

Deze jongen kwam via het gezinshuis bij ons wonen en dus in ons leven. Een slanke, wijze jongen van twaalf, met een mooie bos zwart haar. Hij stelde tijdens de eerste kennismaking gelijk al veel vragen. Een van de mooiste vond ik; “Waarom ben je eigenlijk een gezinshuis begonnen, wat is daar leuk aan?” Hij heeft zijn vader en moeder nooit gekend. Van baby af aan al in de pleegzorg en later in een leefgroep omdat hij teveel gedragsproblemen ontwikkelde. Vanaf het begin dat hij bij ons kwam wonen had ik de meeste gesprekken met hem. Hij was pienter voor zijn leeftijd. Vroeg hem iets over wat er in een bepaald jaar gebeurd was en hij wist het antwoord. Hij had ook veel vragen over waarom bepaalde zaken in zijn jonge leven zo gelopen waren. Aan de ene kant vond ik dat knap en wijs, dat hij al zo goed aan kon geven waar hij mee worstelde en wat hij veranderd wilde zien. Maar aan de andere kant waren dit soms vragen en worstelingen/gevoelens waarbij ik dacht; hier moet een kind van twaalf nog helemaal niet mee bezig zijn.

Hij was het meest op zichzelf. Had zijn slaapkamer ook snel ingericht en ‘eigen’ gemaakt. Hij verbleef daar, van de vier kinderen, het meest. Beetje muziek luisteren en veel tekenen. Hij heeft ook de tekening gemaakt voor de omslag van mijn boek ‘Geboren in ons hart’. Hij ontwikkelde zich goed bij ons. Ging naar een reguliere school, wat ondanks zijn ADHD, goed ging. Hij was wel koppig. Vergeet nooit de zaterdag dat we naar een voetbalwedstrijd gingen kijken en hij de keeper zou zijn. Hij vond op een gegeven moment dat de rest van zijn teamgenoten niet goed speelde. Dit maakte hem boos wat hij met veel gebaren wel duidelijk maakte in het veld. Opeens was hij er klaar mee. Handschoenen werden uitgegooid en hij ging naast het doel zitten. Deed niks meer. Wedstrijd werd even stilgelegd. Maar hij vertikte om nog wat te doen. Niks of niemand die hem op dat moment op andere gedachten kon krijgen.

Dit gedrag liet hij vaker zien in situaties waarin hij overtuigd was in zijn gelijk, maar hij niet het vermogen had om zich aan te passen of te schikken in de situatie. Voor buitenstaanders werd dit vaak als arrogant, ongeïnteresseerd of brutaal gezien, maar hij was verre van dat. Maar hij heeft bij mij soms ook het bloed onder mijn nagels vandaan gehaald. Vooral omdat hij er zelf elke keer zo rustig onder bleef. Mij kalm bleef aanstaren, bijna stoïcijns, maar ik totaal geen hoogte kon krijgen van hem. Niet wist wat er in hem omging. Ik wilde hem zo graag inzichtelijk maken dat hij zo geen contacten kon maken of vriendschappen kon aangaan. Hij moest leren zich soms in te leven in een ander. Zich neer te leggen bij de situatie. Dit kon hij moeilijk.

Op school, de voetbal en thuis bespraken we dit soort voorvallen en naar mate hij ouder werd veranderde dit langzaam. Soms kwam het wel plichtsgetrouw, bijna ingestudeerd uit zijn mond, maar hij deed zichtbaar zijn best op dit vlak. Waarbij de een teveel hecht, heeft hij nooit een hechting aan kunnen gaan met een vader of een moeder. Dit nooit geleerd vanaf kleins af aan. Dit maakte dat hij soms kil bleef overkomen. Ik had een operatie ondergaan. Hij stond naast mijn bed toen ik weer thuis was. Hij vroeg bijna plichtsgetrouw hoe het ging, maar daarop volgend gelijk wanneer ik uit bed kwam en ging koken. Tranen bij het overlijden van mijn oma van bijna 90? Waarom? Mens is toch mooi oud geworden. Ik heb daarmee leren om te gaan. Dat hij op die gebieden minder gevoel heeft, minder hechting. Maar dat het wel een lieve jongen is, die het goed bedoelt op zijn manier.

Na het gezinshuis heeft hij zich goed ontwikkeld. Diploma behaald. Genoten van de vrijheid toen hij achttien werd. Maar ook op gepaste tijden om hulp heeft gevraagd als hij voelde dat hij afgleed, grip weer even kwijt was. Mede door zijn ADHD had hij met name problemen om zijn financiën op orde te houden. Raakte hij het overzicht kwijt. Hij wilde op een gegeven moment bij ons in de woonplaats komen wonen. Even dichtbij, omdat er wel erg veel schulden waren gemaakt. Hij het overzicht even helemaal kwijt was en daardoor meer ging blowen. In paniek was. Hij belde zelf op een dag op. “Wil jij mij hier komen halen?” Ik wil weg uit dit kamertraining centrum. Mensen in dit huis hebben een verkeerde invloed op mij en de leiding zie ik amper”. Ik wil dit niet meer.” Wat knap dat hij op tijd aan de bel heeft getrokken. Helemaal zelf. Respect als je dat kan op die leeftijd, met die bepaalde stoornissen.

Na deze terugval is het alleen maar beter gegaan met hem. Is er toch iets van hechting ontwikkeld tussen ons. Waarvan psychologen in het verleden zo vaak hadden gezegd dat hij dit niet in zich had, toch ontwikkelde hij zich op dat vlak. Met kleine sprongetjes. Op zijn manier onderhoudt hij nu vriendschappen. Heeft hij soms verkering. Ik heb hem een keer gevraagd, toen hij een paar weken niks van zich had laten horen, waarom bel je dan niet even? “Ik denk helemaal niet aan jou als je niet in mijn buurt bent. Totaal niet.” Oké. Duidelijk. Voor hem is social media ideaal. Ziet hij een bericht van mij voorbij komen of een foto dan reageert hij of belt uit zichzelf. Hij vraagt inmiddels steeds minder om hulp. Hij weet zelf de weg te vinden voor hulp en/of ondersteuning. Initiatief moet nog steeds veel vanuit ons komen om af te spreken. Maar wat heeft hij zijn leven nu goed op de rails. Hij werkt. Volgt opleidingen, betaalt zijn schulden af en heeft vriendschappen. En dan nu eindelijk ook een huis voor zichzelf. Ik maak daar een diepe buiging voor! Petje af! Hij heeft het al veel verder geschopt dat menig psycholoog en gedragswetenschapper in het verleden had voorspeld. En als ik dan spontaan een berichtje van hem krijg, word ik warm van binnen. Zie je wel, hij kan het wel! Op zijn manier!