Gezinsuitbreiding

Een paar weken geleden ging de telefoon, onze pleegzorgbegeleider aan de lijn, ze hadden een ‘match’. Eindelijk! Wij staan al even op de wachtlijst voor een weekendpleegkind. Nu onze dochter de leeftijd heeft, waarbij wij zaken makkelijker kunnen uitleggen, zijn wij klaar voor een nieuw pleegkind in ons gezin. Aangezien onze dochter meer een ‘meisje meisje’ is en we voor een langdurige relatie willen gaan, leek ons de plaatsing van een meisje beter in ons gezin passen. Daardoor duurde het wat langer dan gemiddeld, blijkbaar staan er meer jongetjes dan meisjes van die leeftijd op de wachtlijst.

Mijn man en ik waren verheugd na dit telefoontje. Een soort van ‘blijde boodschap’, die we nog even voor onszelf moesten houden. Met onze pleegzonen gaat het al een tijd naar omstandigheden goed, dus de tijd is er nu rijp voor. Er is plek in ons huis en er is plek in ons hart.

Toch voelt het nu anders dan toen ik gezinshuisouder was. Toen was ik nog geen moeder. Nu heb ik er meer emoties bij en denk ik ook aan de impact die het kan hebben voor onze dochter. Al blijf ik er van overtuigd dat pleegzorg ook veel positieve dingen teweegbrengt binnen ons gezin.

Het waarom deze vrouw ondersteunt wil/moet worden in de opvoeding raakt mij nu meer. Dat je de opvoeding deels uit handen moet geven omdat je het zelf nu niet kan, is niet niks. Haar verdriet, haar verleden, haar problemen, wat ben ik dan dankbaar voor hoe ik mijn leven kan leven. Daarnaast het verhaal dat de vader nu zijn kind even niet meer wil zien. Ik zal dat nooit kunnen begrijpen en vindt dat zo heftig voor dit meisje.

Moeder en ik hebben elkaar ontmoet, elkaar in de ogen gekeken. Ze was open en ik ben blij dat ze zelf om hulp heeft gevraagd. Al zal de tijd uitwijzen of ze de opvoeding van haar dochter daadwerkelijk ooit aan kan. Ik kan en wil niet beoordelen en veroordelen hoe de opvoeding de afgelopen jaren is verlopen van dit meisje. Ik kan alleen maar hopen dat moeder er alles aan gaat doen wat in haar macht ligt, om haar leven en daarmee ook de opvoeding van haar dochter weer op de rit te krijgen. Tijd zal dat uitwijzen.

De tijd en de ruimte die zij daarvoor nodig heeft, geven wij haar graag door haar dochter in de weekenden en delen van de schoolvakanties op te vangen in ons huis.

Voor nu ben ik vooral blij dat ik dit meisje ga leren kennen. Ik hoop dat ze zich snel op haar gemakt voelt bij ons, ze even rust en regelmaat krijgt. Dat wij haar misschien wat meer zelfvertrouwen, aandacht en een steuntje in de rug kunnen geven.  Ze kan groeien en bloeien. Kind mag zijn. Want ook zij heeft al te veel mee gemaakt voor haar jonge leeftijd.

Ik zit niet te vissen naar complimenten door dit op te schrijven en te delen. Ik blijf hopen dat een lezer gaat overwegen om ook pleegouder te worden, in welke vorm dan ook. Het blijft hard nodig!

Want in ieder kind zit kleur, talent, kracht en positiviteit. Het is maar wie dit alles in je opmerkt en je met inzicht aarzelend begeleidt.

ken jij een ‘vergeten’ kind?

Vorige week was het de ‘week van het vergeten kind’. Tijdens die week vraagt de stichting onder andere extra aandacht voor de situatie van de kinderen in sobere Nederlandse opvangcentra.

Het is goed dat zo’n stichting stil staat bij de situatie van helaas veel kinderen in ons eigen ‘rijke’ land. Voordat ik met jeugdzorg in aanraking kwam, had ik geen besef hoeveel kinderen in Nederland moeten opgroeien in opvangcentra. Lang niet altijd door eigen schuld of gedrag. En hoe goed de groepsleiding het ook probeert om het gezellig te maken, het is geen thuis.

Ik ben de afgelopen jaren in veel centra geweest waar één van onze pleegzonen tijdelijk woonde. Ik ben er geen één tegengekomen waarvan ik dacht; wat gezellig, warm, huiselijk. Een jongere moet zijn frustratie  soms kwijt, middels ‘harde of schunnige teksten’ op de muur van een WC. Door het gedrag van een jongere wordt er vaak iets kapot gemaakt. Daarom zijn de huizen vaak sober ingericht en oogt het kil, om maar te zwijgen over de slaapkamers.  “Zou het de kinderen ook extra somber, kil, maken?”, dacht ik vaak, als ik mijn pleegzoon weer terug had gebracht na een gezellig weekend thuis.

Iedereen kent, denk ik, in zijn of haar omgeving wel een kind wat somber oogt. Misschien op de school van je kind. In je buurt. Via je werk. Kinderen waar het thuis niet goed gaat. Kinderen die thuis ‘vergeten’ worden. Kinderen die jij en ik misschien kunnen helpen. Ik kwam vorige week deze tekst tegen;

Binnen de traditie die gebaseerd is op de ideeën van Yogi Bhajan bestaat er een duidelijk idee tot welke leeftijd je als ouder invloed hebt op je kinderen. Tot het zevende levensjaar is volgens hem de rol van de ouders erg belangrijk. Zij kunnen de basisveiligheid, structuur en gewoonten aanreiken. Vanaf het zevende levensjaar keert de blik van het kind naar buiten en verruimt het bewustzijn zich. Vriendjes worden belangrijker. Vanaf elf zit de taak van de ouders er nog niet helemaal op, maar wordt de mogelijkheid tot beïnvloeden en bijsturen wel steeds minimaler. Een kind kan op deze leeftijd daarom veel baat hebben bij een mentor in zijn of haar leven. Iedere volwassene kan zelf ook deze rol van mentor voor een kind vervullen. Je bent vertrouwenspersoon, praat met een kind en stimuleer het kind.’ 

Ik geloof ook dat veel kinderen nog ‘gered’ kunnen worden, juist door ze aandacht en veiligheid te geven. Mocht jij zo’n ‘vergeten’ kind in jouw omgeving kennen. Geef het kind aandacht. Wordt buddy voor een gezin wat extra hulp kan gebruiken. Wordt pleegouder.

Dank je wel namens veel vergeten kinderen in Nederland.

 

Goud

jongste pleegzoon 2005

Vaak schrijf ik een blog als ik verdrietig ben of mij zorgen maak om één van de pleegzonen. Maar als het een periode goed gaat, ze lekker in hun vel zitten, is dat juist ook een reden om een stukje te schrijven. Om lezers mee te geven, dat er gelukkig ook hele mooie momenten zitten aan het pleegouderschap.

Zoals de afgelopen maanden. Onze oudste pleegzoon sluit het jaar mooi af. Hij zei het zelf laatst ook: ‘Het voelt of het na een paar jaar aanrommelen, nu allemaal een beetje op zijn plaats valt.” “Ik weet wat ik wil en kan.” Hij heeft zelf voor nieuwe woonruimte gezorgd. Heeft een baan en heeft het aanbod gehad om via een betaalde opleiding zich verder te ontwikkelen in dat vak. Hij heeft samen met zijn bewindvoerder een verzoek ingediend bij de rechtbank om zelf zijn financiën weer te gaan beheren.

Wat ben ik dan trots op hem als ik hem vorige week zie op zijn verjaardag. Hij verteld het allemaal heel nuchter, met gelukkig ook veel humor over hoe hij het zelf allemaal vindt gaan. Maar wat ben ik trots op hem en wat denk ik dan vaak aan al die hulpverleners die in het verleden zoveel twijfel hadden over zijn toekomst, zijn mogelijkheden. Maar met vallen en opstaan en er altijd via de zijlijn voor hem te blijven, is hij geworden wie hij nu is. Goud!

Onze jongste pleegzoon had een heftig begin van het jaar, avonturen die uiteindelijk eindigde in de gevangenis omdat hij nog een taakstraf had openstaan. Die twee weken waren een wijze les voor hem. Sindsdien lijkt hij het ‘licht gezien te hebben.’ Ook heeft hij het geluk gehad dat er een groepsleidster was, die in hem is blijven geloven. Zij is in het noorden van het land een nieuwe hulpvorm gestart en zij gunde hem een soort ‘laatste kans’. Hij is weg uit de omgeving van verleidingen en foute vrienden. Hij woont er nu een half jaar en het gaat goed. Hij werkt, heeft een vriendin, en zit weer op voetballen.

Een heerlijke nuchtere leiding, waar wij ons wel in herkennen met onze Achterhoekse roots. ‘Niet lullen, maar poetsen’ en ‘afspraak is afspraak’. Dat heeft hij nodig en dat krijgt hij nu gelukkig na een lange zoektocht. Onze zorgen over zijn toekomst blijven er. Hoe zijn leven is verlopen wens je je ergste vijand nog niet toe. Maar anderzijds heb ik zoveel respect voor hoe hij in het leven staat. Hoop ik dat hij het volhoudt, om na elke ‘val’, weer op te krabbelen. Wij zullen hem in ieder geval altijd blijven opvangen als hij valt. Hij verdient goud!

Er is ook weer contact via de mail met een andere jongen uit de tijd van het gezinshuis. In het nieuwe jaar hoop ik hem ook weer eens te ontmoeten. Die jaren in het gezinshuis, waren jaren met een gouden randje.

2018 zal ons vast weer mooie, nieuwe, avonturen brengen wat betreft het pleegouderschap met ook een nieuw weekendpleegkind.

Daarnaast blijf ik ze volgen, onze jongens, met bewondering!