Slaap zacht, droom fijn

Lief meisje,

Ik richt mij tot jou. Jij die boven in ons logeerbed ligt, voor het eerst een nachtje.

Wat was je verdrietig toen je vanochtend door je moeder werd gebracht. Je wilde niet blijven slapen. Je had mij vorige week al verteld dat je dat héél spannend vond. Dat je een paar weken geleden ook dacht voor een nachtje ergens te gaan slapen, maar toen werd dat ene nachtje een maand. Een crisisplaatsing, omdat het tussen jou en mama even niet meer goed ging.

Ik vroeg aan je wat je nodig had om hier een nachtje te kunnen slapen. Je knuffels en je paardrijbroek,  vertelde je. Ik zei dat je van mij alles mocht meenemen wat je nodig had, om je wat fijner te voelen bij ons. Dat ik begreep dat je het spannend vond. “Wij vinden het ook wel een beetje spannend”, vertelde ik. Je moest glimlachen toen ik dat zei.

Ik beloofde je, dat je maar voor één nachtje kwam slapen, écht niet langer. En als je meer gewend bent, je vaker een nachtje komt slapen. Ik vroeg wat ik kon doen, zodat je mij zou geloven. Ik moest je een hand geven en je tien tellen aankijken, dat deed ik. Je zei; tot over zeven nachtjes!

Maar toen ik je thuis had gebracht zei je gelijk tegen mama” Ik ga daar niet slapen!” “Ik ga daar niet slapen!”

Toch bracht je mama je vanochtend. Omdat het beter is voor jou en je mama. Je mama kan zo hopelijk wat meer energie opdoen, om door de week voor jou te zorgen en wij vinden het leuk om jouw wereld hopelijk wat ‘groter’ te maken.

Maar mijn moederhart huilde vanochtend, toen je zo verdrietig binnen kwam en om je moeder bleef vragen. Maar gelukkig draaide je bij in de loop van dag. We hebben leuke dingen gedaan en we vierden deze eerste logeerpartij met pannenkoeken en ijs.

Nu lig je boven en ik ben zo trots op je meisje! Dat je durft uit te spreken dat je het spannend vindt, je mama mist. Dat je je laat troosten door een ‘wildvreemde’ man en vrouw.

Ik wens jou een nacht met mooie dromen. Over bomen vol met snoep en overal regenbogen. Met allemaal lieve mensen om jouw heen en een manege vol met paarden, allemaal voor jou.

Welterusten lief bijzonder meisje.

Gezinsuitbreiding

Een paar weken geleden ging de telefoon, onze pleegzorgbegeleider aan de lijn, ze hadden een ‘match’. Eindelijk! Wij staan al even op de wachtlijst voor een weekendpleegkind. Nu onze dochter de leeftijd heeft, waarbij wij zaken makkelijker kunnen uitleggen, zijn wij klaar voor een nieuw pleegkind in ons gezin. Aangezien onze dochter meer een ‘meisje meisje’ is en we voor een langdurige relatie willen gaan, leek ons de plaatsing van een meisje beter in ons gezin passen. Daardoor duurde het wat langer dan gemiddeld, blijkbaar staan er meer jongetjes dan meisjes van die leeftijd op de wachtlijst.

Mijn man en ik waren verheugd na dit telefoontje. Een soort van ‘blijde boodschap’, die we nog even voor onszelf moesten houden. Met onze pleegzonen gaat het al een tijd naar omstandigheden goed, dus de tijd is er nu rijp voor. Er is plek in ons huis en er is plek in ons hart.

Toch voelt het nu anders dan toen ik gezinshuisouder was. Toen was ik nog geen moeder. Nu heb ik er meer emoties bij en denk ik ook aan de impact die het kan hebben voor onze dochter. Al blijf ik er van overtuigd dat pleegzorg ook veel positieve dingen teweegbrengt binnen ons gezin.

Het waarom deze vrouw ondersteunt wil/moet worden in de opvoeding raakt mij nu meer. Dat je de opvoeding deels uit handen moet geven omdat je het zelf nu niet kan, is niet niks. Haar verdriet, haar verleden, haar problemen, wat ben ik dan dankbaar voor hoe ik mijn leven kan leven. Daarnaast het verhaal dat de vader nu zijn kind even niet meer wil zien. Ik zal dat nooit kunnen begrijpen en vindt dat zo heftig voor dit meisje.

Moeder en ik hebben elkaar ontmoet, elkaar in de ogen gekeken. Ze was open en ik ben blij dat ze zelf om hulp heeft gevraagd. Al zal de tijd uitwijzen of ze de opvoeding van haar dochter daadwerkelijk ooit aan kan. Ik kan en wil niet beoordelen en veroordelen hoe de opvoeding de afgelopen jaren is verlopen van dit meisje. Ik kan alleen maar hopen dat moeder er alles aan gaat doen wat in haar macht ligt, om haar leven en daarmee ook de opvoeding van haar dochter weer op de rit te krijgen. Tijd zal dat uitwijzen.

De tijd en de ruimte die zij daarvoor nodig heeft, geven wij haar graag door haar dochter in de weekenden en delen van de schoolvakanties op te vangen in ons huis.

Voor nu ben ik vooral blij dat ik dit meisje ga leren kennen. Ik hoop dat ze zich snel op haar gemakt voelt bij ons, ze even rust en regelmaat krijgt. Dat wij haar misschien wat meer zelfvertrouwen, aandacht en een steuntje in de rug kunnen geven.  Ze kan groeien en bloeien. Kind mag zijn. Want ook zij heeft al te veel mee gemaakt voor haar jonge leeftijd.

Ik zit niet te vissen naar complimenten door dit op te schrijven en te delen. Ik blijf hopen dat een lezer gaat overwegen om ook pleegouder te worden, in welke vorm dan ook. Het blijft hard nodig!

Want in ieder kind zit kleur, talent, kracht en positiviteit. Het is maar wie dit alles in je opmerkt en je met inzicht aarzelend begeleidt.

ken jij een ‘vergeten’ kind?

Vorige week was het de ‘week van het vergeten kind’. Tijdens die week vraagt de stichting onder andere extra aandacht voor de situatie van de kinderen in sobere Nederlandse opvangcentra.

Het is goed dat zo’n stichting stil staat bij de situatie van helaas veel kinderen in ons eigen ‘rijke’ land. Voordat ik met jeugdzorg in aanraking kwam, had ik geen besef hoeveel kinderen in Nederland moeten opgroeien in opvangcentra. Lang niet altijd door eigen schuld of gedrag. En hoe goed de groepsleiding het ook probeert om het gezellig te maken, het is geen thuis.

Ik ben de afgelopen jaren in veel centra geweest waar één van onze pleegzonen tijdelijk woonde. Ik ben er geen één tegengekomen waarvan ik dacht; wat gezellig, warm, huiselijk. Een jongere moet zijn frustratie  soms kwijt, middels ‘harde of schunnige teksten’ op de muur van een WC. Door het gedrag van een jongere wordt er vaak iets kapot gemaakt. Daarom zijn de huizen vaak sober ingericht en oogt het kil, om maar te zwijgen over de slaapkamers.  “Zou het de kinderen ook extra somber, kil, maken?”, dacht ik vaak, als ik mijn pleegzoon weer terug had gebracht na een gezellig weekend thuis.

Iedereen kent, denk ik, in zijn of haar omgeving wel een kind wat somber oogt. Misschien op de school van je kind. In je buurt. Via je werk. Kinderen waar het thuis niet goed gaat. Kinderen die thuis ‘vergeten’ worden. Kinderen die jij en ik misschien kunnen helpen. Ik kwam vorige week deze tekst tegen;

Binnen de traditie die gebaseerd is op de ideeën van Yogi Bhajan bestaat er een duidelijk idee tot welke leeftijd je als ouder invloed hebt op je kinderen. Tot het zevende levensjaar is volgens hem de rol van de ouders erg belangrijk. Zij kunnen de basisveiligheid, structuur en gewoonten aanreiken. Vanaf het zevende levensjaar keert de blik van het kind naar buiten en verruimt het bewustzijn zich. Vriendjes worden belangrijker. Vanaf elf zit de taak van de ouders er nog niet helemaal op, maar wordt de mogelijkheid tot beïnvloeden en bijsturen wel steeds minimaler. Een kind kan op deze leeftijd daarom veel baat hebben bij een mentor in zijn of haar leven. Iedere volwassene kan zelf ook deze rol van mentor voor een kind vervullen. Je bent vertrouwenspersoon, praat met een kind en stimuleer het kind.’ 

Ik geloof ook dat veel kinderen nog ‘gered’ kunnen worden, juist door ze aandacht en veiligheid te geven. Mocht jij zo’n ‘vergeten’ kind in jouw omgeving kennen. Geef het kind aandacht. Wordt buddy voor een gezin wat extra hulp kan gebruiken. Wordt pleegouder.

Dank je wel namens veel vergeten kinderen in Nederland.